Een zwemvierdaagse met een beetje ‘cachet’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

De zwemvierdaagse, ‘nou dat levert wel weer een mooie column op’, wordt er op kantoor gelachen als ik de plannen van de dames en mij in de herfstvakantie ontvouw. En inderdaad, zo’n zwemvierdaagse is prijs schieten voor de columnist in mij. Met gemak schrijf ik een kantje vol over de jongste dames die van dit gezellige samenzijn één grote ‘wie zwemt het snelst 15 baantjes en ligt het eerst in het ondiepe bad?’ feest maken. Of over de oudste die trouw elke dag twintig baantjes deed, waarbij ik haar meestal één rondje van vijf baantjes inhaalde. En hoe ze met haar bijna elf jaar toch nog teleurgesteld kan zijn over een cadeautje uit de grabbelton. En dan hadden we nog het aangehaakte vriendinnetje die de tweede dag al de knipkaart met zuurverdiende eerste knipje kwijt was en bij het omkleden minstens tien minuten langer werk had dan wij allemaal. Alle vier kwamen ze bij het spijkerbroek hangen niet verder dan de dertig seconden, maar veelal bleven ze zelfs onder de tien. Ook vermakelijk was de rol van manlief deze week. Hij lag dan wel niet in dat bad, maar moest thuis de zaken draaiende houden en was opeens elke dag verantwoordelijk voor de warme prak. En dat bleek zwaar (vertel mij wat). Uitdagingen als gehakt wat niet in huis bleek en door de preischotel moest, wist hij het hoofd te bieden. Zwetend en wel. Voor uw informatie: hij sneed hamburgers in stukjes. Maar goed, om nou alleen maar de anderen op de hak te nemen, is te makkelijk. Misschien moet ik er ook zelf aan geloven. Ik begin altijd iets té optimistisch richting dat bad te lopen, waarbij ik zo goed als elke avond nét voor die toekijkende ouders – niet alle ouders zijn zo fanatiek dat ze lekker meezwemmen – een uitglijder maak. Onderuit ging ik nooit, maar charmant oogt het ook niet. Charmant is het sowieso niet om zo in de herfst in je badpak rond te lopen. Ik koos voor eentje met een glittertje om het geheel nog wat ‘cachet’ te geven, maar na het zwemmen van 25 baantjes, compleet ondergespetterd door bommetjes makende kids is er weinig meer van mij over om nog ‘cachet’ aan te geven. Eenmaal uit het bad hebben de krullen mijn haar mistroostig verlaten maar probeerde ik tegen beter weten in met mijn bontjasje nog iets van een vrouwelijk gevoel over te houden. Het was niet alleen kommer en kwel. Als ik de laatste vijf baantjes zweom, hingen die dames van mij al lang aan die spijkerbroek en was het bad zo goed als leeg. Zelden zo’n rust gehad op een moment van de dag waarop ik normaal het eten koken combineer met het huis opruimen, laatste werkklusjes en de was. Manlief weet er nu alles van. Toch waren we er die laatste dag wel weer klaar mee. Medaille innen en met piepende banden naar huis. We zouden onszelf niet zijn, als we toch niet met een klapper zouden eindigen. Onze jongste gooide buiten en passant het cadeaupapier van de grabbelton in de prullenbak, maar liet daarbij ook de zo verdiende medaille los. Kon ik met dat bontjasje nog even die prullenbak in om die er weer uit te vissen. Nee, van ‘cachet’ kunnen we niet spreken.

UIT DE KRANT