IJsvrij?

Als je me op de man af vraagt of ik van sneeuw hou, dan is het antwoord altijd nee. Winter of zomer? Altijd het laatste. Schaatsen waag ik me niet aan. Kou is niet mijn ding. Op wintersport zul je mij niet zien. Desondanks ga ik in een week zoals die achter ons ligt, wel ‘aan’. Maar dan op een andere manier. Mijn opa was journalist, mijn ouders beiden en toen ik jong was, deed ik niks liever dan typen, magazines maken en radioprogramma’s in elkaar draaien. Even was ik dwars als tiener en koos ik voor de makelaardij, maar het lot kent zo haar eigen wegen om je op de voorbestemde plek te krijgen. En als journalistiek in je bloed zit, dan eindig je dus in dat vakgebied. Elke dag kan je me vinden in onze uitgeverij. Even die redactie oplopen, doe ik vaak. Me er continu mee bemoeien kan – en mag, want arme mensen – niet meer sinds manlief en ik het bedrijf samen runnen. Maar als we richting code oranje gaan en er sneeuwduinen afgekondigd worden, dan ga ik dus zeker ‘aan’. De vroege vogel in mij begint dan hoe dan ook met het eerste bericht van de dag. Om de vier man sterke redactie niet teveel in de weg te lopen, probeer ik me daarna afzijdig te houden. Bovendien ben ik ook nog eens moeder die drie dames thuis heeft zitten met ijsvrij. Afgelopen week hield ik dat welgeteld twee uurtjes vol. Opgezweept door de mensen bij de weg die de mooiste avonturen beleven en de mooiste beelden met ons delen, kon ik het niet laten ook de deur uit te gaan. Ik pakte één volle tas met extra kleren in, één volle tas met eten – want je weet maar nooit en het is wel code oranje – en zette de dames aan het werk met het sneeuwvrij maken van de auto. We tuffen met 25 km/per uur richting de zaak. Onderweg spotten we nog hardlopers in de sneeuw en sommeer ik oudste dochterlief beelden te maken. Ze kunnen het nooit te vroeg leren. Eenmaal op kantoor loop ik dan eerst met mijn ziel onder de arm. Immers: die vier man op de redactie redden zich wel zonder mij en moet ik dan zo nodig ook? Maar het journalistieke hart wint het van het fatsoen. Als drie man vast zitten op afstand en eentje het ‘zenuwcentrum’ bemand, dan ben ik natuurlijk niet te beroerd om op pad te gaan. Het wordt pas echt leuk als je op de bonnefooi op zoek gaat naar nieuws. En nog mooier als dat lukt. Ons enthousiasme wordt wel even getemperd als de 6 minuten interview in de vrieskou – oh, wat was het koud! – zonder geluid blijkt opgenomen. Passie gaat niet altijd samen met resultaat. Maar goed, dat journalistieke hart laat zich niet zomaar vangen en gaat opnieuw die sneeuwstorm in. Tevreden tuf ik een dik uur later met minder volle tassen en drie dames weer rustig met 25 km/per uur richting huis. Hoewel zij zich prima vermaakt hebben in de lading sneeuw op het grote parkeerterrein bij kantoor, hakt het moeder-schuldgevoel er even in. ‘Sorry dames, maar nieuws gaat voor.’



