‘Er mag ook geen einde komen aan zo’n gezellige en zonnige Koningsdag’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Koningsdag duurde in mijn studententijd eindeloos. Wij begonnen al de avond ervoor, doken de nacht in en waren ook de volgende dag weer present. Het weer moest wel een beetje meezitten om het ook uren vol te houden, maar aan die zonovergoten edities kwam nooit een einde. Het kostte geregeld drie dagen om bij te komen, maar het was meer dan de moeite waard. De Koningsdag edities die ik tegenwoordig doormaak, zien er heel wat anders uit. Maar net als toen lijken ze ook nu oneindig te duren. Het begint al met het leeghalen van de zolder. Steevast hopen we op tijd te starten en mikken we op een weekend van tevoren om alles klaar te zetten. De hele week die dan nog volgt, leven we tussen de rommel. Ik kan alvast verklappen: als alles dan weer weg is, waardeer je de ruimte in je huis opeens veel meer. Het voorbereiden van de kleedjesmarkt is zo’n ‘gift that keeps on giving’. ‘Even’ wat spullen schoonpoetsen, ‘even’ wat prijsjes plakken, nog ‘even’ wat grabbelton pakjes inpakken. En zo sta je zomaar elke avond voorbereidingen te treffen om de verkoop van een jaar eerder te doen verbleken. De beste ideeën ontstaan altijd onder druk. Dus op vrijdag om 17 uur slaan wij nog rollen pakpapier in in het dorp om alle knuffels (fris gewassen!) ingepakt en wel in de knuffelton te mieteren. Dik 12 uur later bleek dit inderdaad het beste idee, want die ton was voor elven leeg, terwijl ik niet had durven dromen dat deze tientallen knuffels ons huis zouden verlaten. Na de voorbereidingen breekt dan onvermijdelijk dé dag zelf aan. Die begint steevast vroeg in ons huishouden. ‘Dat ben jij wel gewend’, hoor ik u denken en inderdaad: de wekker om 6 uur zetten is niet vreemd voor ons, maar in het weekend houden wij eigenlijk wél van uitslapen. Helaas, nog voor zevenen zaten oudste dochterlief en ik al – dik ingepakt overigens – in de auto en konden we het door ons zo gewenste plekje bemachtigen. Nog ietwat verdwaasd werd het kleed uitgerold en de bolletjes met ei die manlief ook al had staan bakken voor ons, eerst maar eens genuttigd. De eerste buren waren er een klein kwartiertje later – gezellig!; de markt liep een dik uur later écht vol. Toen hadden wij alle handelswaar al liggen en konden we vol goede moed hopen dat er genoeg kopers voorbij zouden komen. En die kwamen. Urenlang was het druk. Zelfs de kaptafel die we in de moed der wanhoop – te goed voor de stort, maar niet in trek bij de kopers – toch voor het derde jaar ertussen zetten, konden we slijten. Voor één euro, maar toch. Urenlang zaten we te bakken in de zon. We aten oranje tompoucen, riepen de longen uit ons lijf – ‘kaptafel voor maar één euro! – en wat hebben we veel verkocht. Daarna laadden we maar één auto in, in plaats van twee en deden nog gezellig een ijsje. Er mag ook geen einde komen aan zo’n gezellige en zonnige dag. Nog even kletsen, nog even een rondje dorp. En toen toch tijd om er een eind aan te breien. Maar thuis wachtte nog die volle auto. Wat ik al zei: eindeloos zo’n dag. Eindeloos, maar meer dan de moeite waard.

UIT DE KRANT