Die dames zijn wel in voor een goede grap op 1 april

Zodra 1 april op aanbreken staat, moet je als moeder op je hoede zijn. Die kids van tegenwoordig zijn wel in voor een grap, of een ‘prank’ zoals zij dat noemen. Met behulp van inspiratie online komen ze inmiddels heel wat verder dan de portomonnee aan een touwtje waar wij ons vroeger om bescheurden. Sterker nog, de meesten weten nog amper wat een portomonnee is, maar weten wel alles van het onklaar maken van technische apparaten en het aanzetten van allerlei alarmen op de telefoon. Op 31 maart waren de dames in ons huishouden in opperste staat van paraatheid. Succesnummers van vorig jaar werden uitgewisseld en de nepspinnen en slangen weer tevoorschijn gehaald. Oudste dochterlief gaat echt elke ochtend sjokkend en morrend het schoolplein tegemoet, maar zag ik tot mijn verbazing op 1 april opeens lachend haar vriendinnen tegemoet rennen. Zij kwam namelijk met het idee om een nepdrol te fabriceren en ach, haar moeder is de kwaadste niet en fluisterde haar in om met ontbijtkoek aan de slag te gaan. Zolang het zo onschuldig blijft als een natgemaakt stukje ontbijtkoek, denk ik dat we nog heel tevreden kunnen zijn over de grappen die ze inzet. Het eerste plan was om de drol naast een wc te deponeren en juf ontzet mee te delen dat er iemand naast de wc zou hebben gepoept. Uiteraard deed ze dit al dubbel liggend uit doeken. Haar zusjes stonden in haar schaduw mee te lachen. Na mijn opmerking dat ze er wel rekening mee moest houden dat ze wat ze ook in zou zetten wel zelf moet opruimen, besloot ze de drol toch liever onder het bureau te leggen. Haar zusjes hielden het bij de nepspin en de nepslang die meester ongetwijfeld wel zou verwachten. Het verstoppen van de afstandbediening van het digibord – ook een jaarlijks terugkerend succesnummer – zal vast wel ingecalculeerd worden door de meesters en juffen. De drol niet, al was deze juf niet heel erg onder de indruk. Ze deponeerde hem in het gangpad en liet de kinderen hier zelf in stappen. Toen één van de tieners besloot ermee om te smeren, was de lol voor oudste dochterlief er wel af. Het opruimen van haar eigen nepdrol die ze wijselijk in het zakje had gelaten, zag ze nog wel zitten, maar de inmiddels op de dunne lijkende smurrie die op een tafelpoot gedrapeerd was, was een brug te ver. Inmiddels rook ze de bijbehorende geur al, ook al bleef het een stukje ontbijtkoek. De nepdrol was in elk geval het gesprek van de dag in ons huishouden, waardoor ik als moeder mooi buiten schot bleef. De dag was weer om en ik kon weer een jaar lang opgelucht ademhalen. Tot ik vanochtend ons drietal weer wakker moest maken. Ik startte bij de jongste die wonderlijk genoeg tot onder de deken verdwenen was. Gealarmeerd voelde ik aan het dekbed, trok het omhoog én… zag alleen maar knuffels? Van de ‘boeh!’ die van achter kwam, schoot ik zeker een halve meter de lucht. ‘7 april mama! Ik was dit op 1 april vergeten.’



