Op fietse

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Wie deze columns al langer leest, weet dat dit onderwerp geregeld voorbij komt: fietsen. Manlief en ik zijn op dit punt een enorm slecht voorbeeld voor de jeugd, want wij hebben er beide een broertje dood aan. Ik voel me nog gedwongen onze kinderen ook op dit vlak iets bij te brengen, maar mijn man heeft besloten dat zo’n fiets stilstaand het meest tot zijn recht komt. Ieder schooljaar begin ik aardig gemotiveerd. Het helpt ook dat het dan nog mooi weer is en dat we redelijk ontspannen beginnen aan zo’n schooljaar. Maar omdat ik aan fietsen door de regen niet doe, komt er al snel de klad in het naar school fietsen. Zodra de temperaturen dalen, voel ik al helemaal geen enkele drive om nog op de tweewielers van huis te gaan. Mijn auto beschikt over stoelverwarming en een snelle kachel; lijkt me geen lastige keuze. Maar ook dit hoort bij ons jaarlijkse ritme: als rond maart het weer verbetert en er meer licht in de ochtend is, pakken we toch weer die fiets om van huis te gaan. Want als die zomer weer begint te lonken, is daar meestal ook die wens om nog wat kilo’tjes te verliezen. Dan kan het maar zo zijn dat je ons niet één maar zelfs twee of drie keer in de week voorbij ziet sjezen. De dames hebben hier zo hun eigen mening over. In de ochtend zijn twee van de drie sowieso niet gezellig, dus reken er maar niet op dat de fietsplannen dan met gejuich worden ontvangen. Aangezien ik ’s ochtends genoeg te doen heb, gaat het gemopper het ene oor in en het andere oor uit. Oudste dochterlief gaat volgend jaar elke dag 12 kilometer en 12 kilometer terug naar de middelbare dus die moet toch echt wennen aan het fietsen van mij. Haar zusjes zijn overgeleverd aan mijn grillen, aangezien ze los nog niet echt vertrouwd zijn. Een fietstochtje met hun eindigt zelden zonder strijd tussen deze twee en alleen dat al maakt het lastig ze zonder mij van huis te laten gaan. Als de dames op school zijn, moet ik nog altijd in mijn eentje door naar kantoor. Ik kan dat dus niet op een normale en ontspannen manier doen op de fiets. Voor mijn gevoel duurt dat kleine stukje véél en véél te lang en ik betrap mezelf erop dat ik als een malle loopt te trappen op die pedalen. Op de heenweg heb ik een gelukje; één van de straten loopt dan heerlijk naar beneden. Aan een elektrische fiets doe ik niet, maar het tempo dat ik kan maken als ik deze straat af fiets, komt ongetwijfeld aardig in de buurt. Helaas is het op de weg terug een ander verhaal. Als ik deze straat al insla, zakt de moed me al in de schoenen. Met wind tegen, zwoeg ik voor mijn gevoel zo hard en ga ik zo langzaam vooruit dat ik altijd vrees dat de bewoners van deze straat me komen vragen of het wel goed met me gaat. Alleen deze ene horde is al bijna genoeg om te besluiten toch maar weer die auto te pakken. Maar, die zomer die lonkt, die dames moeten het nog leren en het is heel gezond. Toch?

UIT DE KRANT