Wat eten we vandaag?

Nou sta ik thuis niet bekend om de beste kookkunsten – dat heeft over het algemeen alles te maken met alle klusjes die ik onder het koken door denk te moeten doen - maar ik maak progressie momenteel. Koken zie ik als een noodzakelijk kwaad. Elke dag zorgen dat er een warme hap op tafel staat, kost toch al snel een 4 uur in de week en die halve dag zou ik liever aan iets anders besteden. Een echte hekel aan achter de pannen staan heb ik niet; het is vooral een kwestie van schaarste in tijd. Al van heel jongs af aan is dit het moment dat de kinderen stilzitten en achter een scherm kruipen. Zo weten we de schermtijd mooi afgebakend en beperkt – een maaltijd moet bij ons bij voorkeur binnen 20 minuten op tafel staan – en weet ik zeker dat niemand ergens tussen de hete pannen door loopt te dansen. Dit is daarom ook bij uitstek hét moment om op te ruimen, even een dweil erdoor te trekken of de was weg te werken. Met dank aan de airfryer zijn verbrande aardappels verleden tijd, maar vlees of vis in de pan ontgaat me wel geregeld. De kinderen zijn al geoefend en draaien over het algemeen dit deel van de maaltijd altijd eerst even om op hun bord, aangezien hun moeder de geblakerde kant het liefst verstopt. Maar goed, er is enige progressie dus en dat komt omdat mijn aversie tegen de simpele maaltijden en het vaste riedeltje in de week het toch won van mijn ergernis over de tijd die ik in de keuken doorbreng. We waren verzand in een systeem van elke maandag bloemkool, elke woensdag sla en elke zondag spruiten. Ook de dagen daartussenin zat er weinig spannends tussen. Dat lag overigens niet alleen aan mijn kookkunsten, maar heeft ook alles te maken met het gebrek aan enthousiasme van mijn kinderen voor het eten wat op tafel staat. ‘Eten we dit?’, klinkt het nu geregeld, nu de kokkin in mij ontwaakt is. ‘Ja, dít eten wé, dus ook jij gaat je best doen’, is mijn standaardantwoord. Toen ze klein waren, startten manlief en ik dan overdreven te eten: ‘wat is dít lekker’ en was er niks meer voor nodig om die dames ook zover te krijgen. Fomo – fear of missing out – in al zijn glorie. Maar helaas, die pré-pubers hebben fomo voor de gekste dingen, maar niet voor de maaltijden van hun moeder. Afgelopen weekend overtrof ik mezelf: ik maakte foe yong hai; een absolute heilige graal in dit huishouden, tenminste voor manlief en mij. Er waren wel zes flesjes voor nodig die ik nog nooit eerder had gebruikt. Manlief zwermde verwachtings- en hoopvol, maar ook wantrouwend om mij heen. En het lukte! Ik zette gewoon een hele serieuze foe yong hai op tafel; niet te onderscheiden van die ene die wij zo graag afhalen, maar onze kinderen nooit mee willen eten en daarom nooit meer afgehaald wordt. En zo verging het ook dit gerecht. De ene vond het mwoah, de ander rook er aan en concludeerde dat ze het vies vond en een derde besloot ‘prima’. Manlief en ik genoten. We teerden er nog zeker drie veel te voorspelbare dagen van avondeten op. Dit weekend maak ik het gewoon weer.



