Naalden en prikken; mij niet gezien

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Ik heb echt een hekel aan naalden en prikken. En om daar onderuit te komen, heb ik een heel scala aan argumenten om in de strijd te gooien. Ik heb zelfs tijdens mijn eerste bevalling gepraat als Brugman om te voorkomen dat er een infuus aangelegd werd. Eenmaal zwanger van onze jongste twee, een eeneiige tweeling met een minimaal tussenschotje in hun gedeelde vruchtzak, moest ik me geregeld overgeven aan alle handelingen die noodzakelijk waren om hun gezondheid in het zicht te houden. Ik was al weken in onderhandeling over een geplande inleiding – dat vond ik echt dikke onzin, laat staan dat ik zin had in dit soort infusen - toen bleek dat ik de geplande einddatum helemaal niet ging halen en de dames zich al met een dikke 35 weken zwangerschap aandienden. Het lukte me ook tijdens die bevalling me uit een katheter te praten en weeënopwekkers na de geboorte van baby 1 te weigeren. Je zou misschien verwachten dat onze kinderen dan ook geen vaccinaties hebben gekregen, maar niks is minder waar. Een kwestie van het doel heiligt de middelen. Ook bij hen word ik bepaald niet blij van de naalden en prikken die hiervoor nodig zijn. Maar sinds ze klein zijn, is het me gelukt zonder flauwvallen deze momenten te doorstaan. Het niet overdragen van mijn eigen hekel aan de prikken, is me altijd veel waard geweest. Oudste dochterlief ging trouw met haar vader naar de prikmomenten. Nuchter als ze is, haalde ze slechts haar schouders op als ze een prik moest halen en doorstond ze dit zonder enige traan. Ik ken haar niet anders, want wonderlijk genoeg huilde ze als peuter al nooit bij de prikken. Haar zusjes zijn altijd een ander verhaal geweest. De eerste die een prik kreeg, huilde steevast hard genoeg om de tweede mee te laten doen nog voordat die aan de beurt was. Toen ze afgelopen week ook weer aan de beurt waren, besloten manlief en ik ze op te splitsen en samen te gaan. Alleen: wie zou met wie gaan? Ik had wel mijn duidelijke voorkeur en wist met een paar slimme manoeuvres het juiste kind bij mij te krijgen. Eenmaal binnen duwde de prikster mijn dochter een stok vol glitters in de hand. Vol verontwaardiging dat ze zoiets kinderachtigs voorgeschoteld kreeg, ontging haar de prik zelf volledig en voor we het wisten stonden we buiten. Ze had geen traan gelaten, al concludeerde ze achteraf, dat ze die prik echt wel gevoeld had. Ik denk dat de opluchting bij mij misschien wel groter was dan bij haar. Manlief en haar zus waren na ons aan de beurt. Ook hier leek het moment suprême zonder enige traan voorbij te gaan. Er werd niet gelachen, zag ik door het glas, maar ze leek ook zeker niet ontdaan. Tot ik in zicht kwam. Toen vloeiden er alsnog dikke tranen. Ik vind dat dan zo sneu, dat ik bijna mee kan doen. Nog sneuer vond ik het voor de kindjes die ons passeerden en nog naar binnen moesten. Als zelfs een moeder al bijna staat te huilen op de stoep, dan zou ik me wel tien keer bedenken voor ik die prik nog moest halen.

UIT DE KRANT