Hét grote geheim van de Sint

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Afgelopen zomer, achter een heerlijke piadine bij ons favorietje strandtentje, zweet op de rug, geurend naar zonnebrand en dankbaar genietend van een briesje in de schaduw, kwam het gesprek op Sinterklaas. He-le-maal niks deed denken aan de Goedheiligman, maar zo gaat dat met een kinderbrein, de link werd toch gelegd. Ik zag mijn kans schoon. Ons jongste tweetal ging door naar groep vijf dus werd het tijd hét geheim te onthullen. ‘Denken jullie eigenlijk dat Sinterklaas echt bestaat?’ vroeg ik en de ene was rap met haar ‘nee’ - zij is al jaren verontwaardigd over die doos Knex die ze kreeg en later op een foto in mijn tijdlijn voorbij kwam -, ook de ander had wel wat twijfels. Daarmee was de kous af: ‘het wordt tijd dat jullie het geheim kennen.’ Ze namen het vooral ter kennisgeving aan, stelden hun cadeaus veilig - ‘gaan we het wel weer vieren?’ -  en gingen over tot de orde van de dag: zwemmen, zonnen, eten, een beetje dollen met de Italiaanse obers. Hoe dichterbij de intocht weer kwam, hoe meer vragen er oppopten. Het bleek vooral voor onze jongste dochter een verwarrend concept: ‘maar wanneer stopten jullie die cadeaus dan in de schoen?’ en die rol van oudste dochterlief vond ze ook maar dubieus: ‘maar Olivia ging zich wel nog steeds verkleden, terwijl ze wist dat het allemaal nep was?’ De vraag hoe toch die cadeautjes voor de deur komen elk jaar, blijven we nog even onbeantwoord houden. Ook oudste dochterlief deed er nog zeker drie Sinterklaasvieringen over om te ontdekken dat manlief telkens nét even de hond aan het uitlaten was. Elke keer weer drukten wij de tweeling op het hart het grote geheim wel stil te houden. Immers, groep 5 is nog zo’n grijs gebied en het is vooral bij onze tweeling niet uitgesloten dat zij in een moment van bravoure en elkaar overbieden, zomaar dit geheim zouden kunnen onthullen aan kinderen die vervolgens ‘s avonds huilend hun bed in gaan. Leg dat maar eens uit aan de ouders. Geregeld kwamen ze namen bij mij toetsen: ‘zou die het al weten?’. Aan het schoolplein kon ik al eens op het nippertje een jonger zusje redden door één van beide nét op tijd hard in de arm te knijpen. Ja, dan zijn even alle middelen geoorloofd. En dan blijkt ook maar weer hoe ontzettend lastig het is, zoiets voor je te houden. Eén van beiden dacht daarom een hele slimme oplossing te hebben bedacht. Ze had voorzichtig bij een vriendinnetje getoetst of die het geheim al wist. Het antwoord was nee, maar het meisje was daarna natuurlijk brandnieuwsgierig naar dit oh zo grote geheim. Dus had mijn dochter bedacht: ik vertel het alleen als ze het echt héél graag wil weten. En ze had alvast een waarschuwing vooraf gegeven: ‘dit is geen leuk geheim.’ ‘Maar als ze het zelfs dan toch echt héél graag wil weten, mama, dan kan ik het wel vertellen toch?’

UIT DE KRANT