Het leven van een hulpouder gaat niet altijd over rozen

Afgelopen weekend stond er weer een atletiekwedstrijd op het programma in ons huishouden. Let wel: zeker niet voor mij, al betekenen deze ochtenden vaak wel genoeg beweging voor de moeder. Wie deze column geregeld leest, heeft vast al weleens wat meegekregen van mijn glorieuze rol als hulpouder. Niet gehinderd door enige kennis van de regels of technieken, mag ik menig wedstrijd de zandbak harken of kogels rapen. Wonderlijk genoeg zijn het bij deze oproep tot hulp vaak dezelfde mensen die opstaan en altijd dezelfde ouders – die wonen overigens ver weg dus dit durf ik wel hier op te schrijven – die er wél de hele wedstrijd kritisch met de neus bovenop staan, maar zichzelf nooit aanbieden als hulp. Terwijl ik dus meet en hark, is er één vader die letterlijk met de tenen over de rand van de zandbak staat en kijkt of ik de prestaties van zijn dochter wel juist verwerk. Hij durfde zelfs hardop kritiek te uiten op de 22,5 meter die in het veld gemeten werd door overigens twee door de club opgeleide vrijwilligers en die er dus met de neus bovenop staan, bij het onderdeel vortex gooien. Alsof zij er ook maar enig belang bij hebben om niet de juiste afstand door te geven. En alsof die 22,5 meter ook niet al onwijs indrukwekkend is voor een meisje van 10. Mijn dochter moet het vaak doen met een luttele 12,5 meter; een prestatie op haar geheel eigen niveau waar wij al enorm trots op zijn. En zij overigens tien keer zo blij mee is, als het andere meisje met haar 22,5 meter. Maar goed, afgelopen weekend was er ook voor ons eens veel te juichen, want op de 1000 meter na, verbrak mevrouw persoonlijk record na persoonlijk record. Dit had wellicht wat te maken met de aanwezigheid van haar tweelingzusje die ik voor de gezelligheid als extra hulpje had aangehaakt. Daar vond de atleet zelf natuurlijk wat van, want ergens is het ook wel fijn even zonder je duo op pad. Achteraf concludeerde ze dat het mét ook heel prima was. Gelukkig maar. We hebben in elk geval enorm veel gelachen, want dit tweelingzusje moest zeker zo hard werken als haar zus. Vooral bij het onderdeel vortex rende ze wat af door dat veld achter die dingen aan en zorgde zij ervoor dat ze weer terug bij mij aan de start kwamen. Waar haar zus het record van 12,5 meter wist op te krikken naar 16 meter, leek het erop dat er in het veld ook niet gek gegooid werd. Dat hebben we maar niet officieel gemeten om enige problemen te voorkomen. Het helpen ging van een leien dakje, al voorzag ik bij die vortex wel een probleem. ‘Je mag ze absoluut niet vangen’, drukte ik de hulp op het hart. ‘Jaha, mama’, beaamde ze. Tóch ging het in haar enthousiasme en in haar volledige inzet wel mis. Een van de laatste worpen kwam snel en laag haar richting op en greep ze zo blij uit de lucht. Naast de PR-regen van haar zus, toch even een hoogtepuntje op de ochtend.



