‘Later ben je er blij mee’

‘Later ben je er blij mee’, de standaardopmerking die ik krijg als ik vertel dat mensen mij vaak jonger inschatten dan ik ben. En dat is in zekere zin wel zo. Op televisie, in magazines en overal op sociale media worden tips gegeven over hoe je er zo jong mogelijk uit kan blijven zien. Vaak hangen aan die oplossingen dure prijskaartjes. Toch is een jeugdige uitstraling niet altijd handig. Dat besef is bij mij ontstaan sinds ik als journalist aan het werk ben. De eerste paar keren dat mensen zich afvroegen hoe lang ik dit werk al deed, schreef ik toe aan het feit dat ik nog nieuw was. Soms was ik wat verlegen in situaties of wist ik even niet wat ik moest vragen. Inmiddels is dat nauwelijks meer het geval, maar toch blijft die vraag elk interview terugkomen. Toen ik dit op een gegeven moment op de redactie besprak, bleek dat mijn twee oudere collega’s, die ook rond dezelfde tijd als ik zijn begonnen, die vraag nauwelijks kregen. Ook werden zij nooit aangezien voor ‘stagiair’, wat mij ook regelmatig overkwam. Ik begreep het ergens ook. Met mijn drieëntwintig jaar, zou ik ook best student kunnen zijn. Ik ben nog niet eens een jaar uit de schoolbanken, dus het is geen gek idee. Ik besloot het uit mijn hoofd te zetten. Mensen konden de vraag ook stellen uit interesse, misschien had het niks met mijn leeftijd te maken. Totdat ik in één week deze situatie drie keer meemaakte. De eerste keer was in Buitenpost. ‘Doe je dit als hobby, of voor school?’ Ik bleef even stil. ‘Dit is mijn baan’, antwoordde ik. ‘Ik doe dit zeg maar fulltime.’ De persoon knikte en al snel ging het gesprek verder. Een dag later overkwam mij hetzelfde in Zuidhorn. ‘Hoe lang ben je al stagiair voor De Streekkrant?’ Opnieuw moest ik naar woorden zoeken. Eenmaal terug op kantoor vertelde ik over de situatie. ‘In dat opzicht heb je je leeftijd niet mee’, antwoordde mijn collega. ‘Er is niets aan te doen’. De dag erna besloot ik mij zo volwassen mogelijk te kleden. Een pantalon, coltrui en een blazer. Mijn krullen hingen deze keer niet los, maar ik had ze vastgeklemd met een haarclip. Toen ik in de spiegel keek, vond ik mijzelf er in ieder geval serieuzer uitzien. Hopelijk zou de rest mij als ‘drieëntwintigplusser’ beschouwen. Met goede hoop en mijn notitieboekje ging ik op weg naar de volgende afspraak. Fotograaf Jan Medema was mee, dus kon het niet meer fout gaan toch? Met een feloranje hesje met daarop ‘Pers’ liepen we het terrein op van de motorcross in Opende. Na een groepje jonge rijders te hebben gesproken, raakten we aan de praat met een toeschouwer. Hij vertelde over wat hij allemaal al had gezien en ook wat zijn plannen nog waren. Het was een leuk gesprek en nadat er een aantal foto’s waren gemaakt, zei hij ineens: ‘Waar kan ik dit eigenlijk teruglezen?’ Nog voordat ik antwoord kon geven, voegde hij daaraan toe: ‘In welke schoolkrant?’



