Komkommertijd

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
De kijk van Caruso actueel

Zomertijd is in de journalistieke wereld een synoniem voor komkommertijd. Eerdere jaren had ik daar nooit last van. Als student had ik de schoolopdrachten namelijk al ruim op tijd ingeleverd en kon ik juist genieten van het feit dat er niet veel gebeurde. Nu ik wel voor een krant werk, is het anders. Elke week betekent het zoeken, speuren en scrollen totdat ik weer iets leuks heb gevonden waarmee ik de verschillende rubrieken kan vullen. Zo voelde de Spelweek in Lutjegast als een geschenk uit de hemel. Lachende kinderen op een prachtlocatie onder een schijnende zon? Blijer dan dat kan je mij bijna niet maken. 

Een ander bijzonder moment deze week speelde zich af in Opende. Daar, precies op de grens tussen Friesland en Groningen, zouden burgemeesters Oebele Brouwer en Ard van der Tuuk elkaar namelijk treffen om samen de grens schoon te maken. ‘Met een emmer vol sop gaan beide burgemeesters aan het werk’, viel er te lezen in de persuitnodiging. Uiteraard was dit een uniek moment voor De Streekkrant: de twee burgemeesters van de twee gemeenten uit mijn streek op één plek. Ik moest hierbij zijn. De locatie riep alleen wat vraagtekens op. Het zou namelijk aan de Kaleweg gaan gebeuren. Na meerdere Google-pogingen kwam ik er niet uit: er was daar helemaal geen bedrijf, laat staan een parkeerplaats. Even later belde ik naar de communicatie van de gemeente of ik misschien een verkeerde locatie had binnengekregen. Nee, het bleek echt daar aan de Kaleweg te zijn. 

Samen met de fotograaf ging ik erop af. Hij maakte zich geen zorgen over het parkeeraspect: ‘Je hebt daar gewoon een ruime berm toch?’ ‘Maar hoe vinden we de burgemeesters dan?’ Meer tijd voor twijfels en vragen was er niet: als we nu de auto niet in zouden stappen, zouden we het moment in zijn geheel missen. Eenmaal bij de Kaleweg aangekomen, werden de vraagtekens gelijk weggenomen. Drie andere auto’s stonden namelijk al in de berm geparkeerd en er vormde zich een kleine mensenmenigte aan de normaal gesproken uitgestorven weg. Elke passerende auto keek met vragende blikken terwijl ze stapvoets langs ons reden. Dat terwijl de burgemeesters nog niet eens gearriveerd waren. 

Uiteindelijk kwamen Ard van der Tuuk en Oebele Brouwer aan. Ditmaal zonder keten, maar met fluorescerende, oranje hesjes. Met een groep van tien fotografen sterk liepen we naar het straatnaambordje van de ‘Fryske Dyk’ die door de twee burgervaders grondig werd schoon geschrobd. Het enige probleem? Op iedere foto stond op z’n minst één van de vele fotografen, omdat iedereen natuurlijk voor het perfecte plaatje wilde gaan. Samen met een van hen keek ik naar het schouwspel. ‘Zoveel opkomst had ik niet verwacht’, zei ik. Hij antwoordde met een lach: ‘Het zal vast komkommertijd zijn.’

UIT DE KRANT