Expositie CCZ: de risico’s van schilderen met druivenprut

ZUIDHORN - Teus Ruitenbeek exposeert van 18 mei tot 11 juli in het Cultureel Centrum Zuidhorn aan de Jellemaweg 3 in Zuidhorn. In zijn werk laat hij zich in eerste plaats inspireren door het materiaal. Dat kan zijn zelfgebrande houtskool, koffiedik en zelfs duivenprut.
Het begin was niet uitgesproken veelbelovend voor een kunstschilder: Teus Ruitenbeek werd in 1956 geboren in de buurt van Barneveld op het platteland, als de zoon van een boekhouder. Hij ging naar de laboratoriumschool, net als zijn buurjongens, en werd medisch analist in een ziekenhuis, eerst in Nijmegen, daarna Zwolle, later in het UMCG in Groningen.
Toch had de liefde voor tekenen al in zijn jeugd voorzichtig een beetje de kop opgestoken. Zijn oma van moederskant was namelijk behoorlijk creatief en van haar kreeg hij pastelkrijtjes, waarmee hij tekende. Later maakte hij als puber hippe posters van popsterren met zwarte stift. Vele jaren daarna, toen zijn zusje was afgestudeerd aan de modevakschool, kreeg hij van haar nog meer krijtjes én houtskool. Hij maakte er tekeningen mee, die anderen tot zijn verrassing mooi vonden.
Maar de creativiteit barstte pas echt los toen hij bij Peter de Vis in Peize les ging nemen. Daar leerde hij de techniek voor het maken van realistische, figuratieve voorstellingen. Dat was een uitstekende basis, maar het was uiteindelijk niet wat hij echt wou als kunstenaar.
“Ik wil emotie en beweging schilderen,” vertelt hij. “Meestal weet ik van tevoren niet wat ik uit wil beelden. Ik laat me vaak in de eerste plaats inspireren door het materiaal: zelfgebrande houtskool, druivenprut, koffiedik, en dan ontstaat er gaandeweg een gevoel of een verhaal, dat vervolgens tot uitdrukking komt op het doek. En dat gevoel kan zelfs gaandeweg het proces nog veranderen.
“Momenteel ben ik hier in de omgeving verschillende soorten zand aan het verzamelen. Elke soort heeft zijn eigen kleur en het is daarom heel interessant om het in mijn schilderijen te verwerken. De kleuren die ik als medisch analist door de microscoop zag, gebruikte ik trouwens ook wel als inspiratie. En op het moment staat er duindoornconcentraat in de koelkast. Prachtig oranje is dat.”
Om nog even terug te komen op het gebruik van druivenprut: daar zit nog een leuke anekdote aan vast. “Na het maken van druivensap bleef er een prut over met een mooie intense kleur. De eerste keer mislukte het om het op hout of papier te krijgen. Het jaar daarna met gelmedium bleef het wel zitten en heb ik het als onderschildering gebruikt. Toen ik verderging met schilderen, wat ik buiten deed onder een afdakje, bleek ineens dat wespen de druivenprut hadden aangevreten. De gaten en knaagsporen heb ik in het werk gelaten!”
Sinds een paar jaar heeft Teus een adresje in de Ardennen (een atelier met appartement), waar hij een paar keer per jaar heen gaat en waar hij de ruimte heeft om hele grote doeken te schilderen. Daar maakte hij ook ‘Herfst’, het schilderij waar hij tot nu toe het meest trots op is. “Het was mijn eerste grote werk – twee bij vier meter. Het heeft me veel tijd gekost, maar uiteindelijk klopte het allemaal: vormgrootte, kleur, compositie. Er is balans en toch ook beweging.”
Teus karakteriseert zijn werk als lyrisch abstract. Op de vraag wat dat inhoudt, legt hij uit: “Lyrisch abstract wil zeggen met emotie geschilderd, met energie, positief, kleurrijk, enigszins frivool. Dit zit wel in mijn werk en in mij.”
Expositie in Zuidhorn
De expositie is gratis toegankelijk. Van maandag tot en met donderdag is hij open van 10.0 tot 17.30 uur, op vrijdagen van 10.00 tot 19.00 uur en op zaterdagen van 10.00 tot 14.00 uur.



