‘We praten niet over de boeren, maar mét de boeren, en dat is het belangrijkst’Programma Westerkwartier Natuurinclusief na drie jaar..

LEEK – Boeren op een manier waar ook de natuur baat bij heeft: natuurinclusieve landbouw wordt steeds belangrijker, ook in de gemeente Westerkwartier. Om de mogelijkheden hiervan te onderzoeken, startte gemeente Westerkwartier in 2021 het Programma Westerkwartier Natuurinclusief. Na drie jaar is het programma afgerond. Wethouder en voorzitter van de stuurgroep Bert Nederveen is tevreden met de resultaten: ‘Het Westerkwartier is echt een landbouwgemeente, dus is het belangrijk dat we kijken naar een manier van boeren die meer rekening houdt met de natuur. Nu het programma is afgerond, gaan we samen met de inwoners van het gebied kijken naar de toekomst.’
In het programma sloegen boeren de handen ineen met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de provincie Groningen, gemeente Westerkwartier, Waterschap Noorderzijlvest, LTO Westerkwartier, Collectief Groningen West, Groninger Landschap en Staatsbosbeheer om te kijken naar de mogelijkheden van natuurinclusieve landbouw. Deze stap is namelijk niet eenvoudig. ‘We willen van natuurinclusief boeren een lonende activiteit maken. Voor de boer én voor de maatschappij, waar we het rendement terug kunnen zien in natuurwaarden, waterkwaliteit en betere kringlopen’, legt Nederveen uit. De verschillende partijen gingen samen met boeren in gesprek over de mogelijkheden voor het versterken van de biodiversiteit, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteiten en het ontwikkelen van nieuwe kansen voor een vitale landbouw. Juist in een landbouwgemeente als Westerkwartier is dit belangrijk. Er zijn namelijk circa 600 agrarische bedrijven in het gebied, waarvan 300 melkveebedrijven. ‘Het onderwerp boeren en natuurinclusiever boeren, wordt steeds belangrijker’, zegt Nederveen. ‘Ik denk dan ook zeker dat we op het juiste moment zijn begonnen met het programma.’
Gedurende de drie jaar is gewerkt aan vertrouwen en verbinding tussen partijen en boeren. Melkveehouders en de organisaties hebben waardevolle inzichten opgedaan over de toekomst van de landbouw en het landschap. Verschillende boeren geven aan stappen te willen nemen, zeker als dit financieel in hun bedrijf past. Het gaat daarbij om zaken als een hogere prijs voor producten en vermindering van de grondlasten. Hier is extra beleid vanuit de overheid voor nodig. Maar ook de keten en consument spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast blijkt er steeds meer animo te zijn bij boeren om hun erf te vergroenen. ‘Hoe meer er beplant wordt, hoe meer de biodiversiteit in het gebied toe zal nemen’, vertelt Nederveen. ‘Ook dat draagt bij aan een natuurinclusievere omgeving.’ Om de boeren daarbij te helpen stelde de stuurgroep beplantingsmateriaal beschikbaar aan de deelnemende boeren. ‘Een ander voorbeeld wat boeren kunnen doen, is bijvoorbeeld het vrijlaten van stroken rondom het weiland. Op die manier komen minder schadelijke stoffen in de sloten terecht.’
De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat veel boeren bereid zijn om stappen te zetten richting een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Alleen blijft de financiële kant lastig voor de meeste deelnemers. Dit heeft enerzijds te maken met het huidige beleid en de oplopende kosten, anderzijds leveren natuurinclusieve diensten financieel te weinig op. De deelnemende boeren geven aan dat zo’n transitie tijd kost. Een grote afstand zal in kleine stappen afgelegd moeten worden, geven zij aan. Zij vragen om duidelijkheid, financiële ondersteuning en voldoende tijd. ’Het is belangrijk dat we niet alleen kijken naar wat vanuit de overheid wordt gezegd, maar dat we juist luisteren naar het gebied zelf’, legt Nederveen uit. ‘De wensen en wetten moeten draagvlak hebben. Tijdens het project werd al snel duidelijk dat boeren het prettig vinden om mee te worden genomen in het proces. We praten niet over de boeren, maar mét de boeren, dat is het belangrijkst.’
Wat ook uit het rapport blijkt is dat een toekomstperspectief nodig is om (jonge) agrariërs enthousiast en betrokken te houden. Dit is cruciaal om van natuurinclusief boeren lonende activiteit te maken. Om dit te kunnen realiseren is aanvullend overheidsbeleid voor nodig. Maar ook de keten en consument spelen hierin een belangrijke rol. ‘Het is fijn dat er ook een groep jonge boeren meedeed aan het programma’, begint Nederveen. ‘Er komt veel op hen af en het is niet makkelijk. Toch is het mooi om te zien dat ze gemotiveerd zijn om door te blijven gaan met boeren. Het is juist voor hen belangrijk dat we naar ze luisteren en dat we de bevindingen in de toekomst uit kunnen zetten om ook juist hen te ondersteunen.’
De resultaten en leerpunten worden meegenomen in de grotere opgaven van het Transitie Landelijk Gebied (TLG) van de provincie Groningen. Dat is de Groningse invulling van Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Met dit nationale programma wil het rijk onder andere verdere stikstofschade aan de natuur tegengaan. In de TLG werkt de provincie aan een toekomstbestendig Groningen, met perspectief voor de landbouw en een brede welvaart. ‘Ik ben erg trots op wat we hebben kunnen doen’, blikt Nederveen terug. ‘Er is zoveel gebeurd sinds de start. Ik vind het mooi dat we zo’n goeie samenwerking met de boeren hebben kunnen bewerkstelligen.



