‘Het is niet voor iemand denken, maar mét iemand denken’ Wethouders in gesprek met Platform Toegankelijk Westerkwartier

Afbeelding
Foto: Serena Caruso
actueel

ZUIDHORN - Het oversteken van de straat, instappen in een bus of het binnengaan van een gebouw: allemaal alledaagse handelingen waarvoor de mate van toegankelijkheid erg van belang is. Helemaal als iemand te maken heeft met een lichamelijke of visuele beperking. Platform Toegankelijk Westerkwartier (PTW) houdt zich bezig met de toegankelijkheid binnen de gemeente. Bijvoorbeeld van trein- en busstations en andere openbare voorzieningen en gebouwen. Niet alleen buiten wordt op de toegankelijkheid gelet. Zo kijkt het platform ook naar informatie die wordt gegeven op de website van de gemeente en naar formulieren die door haar worden verstrekt. 

Voor twee leden van het platform, Jacob Mulder en Reinoud Prins, is toegankelijkheid een belangrijk onderwerp. Door hun beperkingen hebben zij namelijk dagelijks te maken met de vraag of iets ook voor hen toegankelijk is. Jacob Mulder ligt door ernstige rugproblemen in een elektrische rolstoel. Op zijn elfde groeide hij te snel, waardoor zijn rug is kromgetrokken. Doordat de rolstoel is aangepast aan Mulder, is hij breder en zwaarder dan een gemiddelde variant. ‘Een exotisch model’, noemt Mulder het. Prins is zeer slechtziend. Hij beschikt nog maar over tien tot vijftien procent van zijn zicht. In zijn ooghoeken ziet hij helemaal niks. Met behulp van een blindengeleidenstok weet hij toch van a naar b te komen in Zuidhorn. Samen met wethouders Harry Stomphorst en Bert Nederveen gaat het duo in gesprek over de mate van toegankelijkheid in de gemeente.

‘Het is en blijft mensenwerk’, begint Mulder. ‘Hier in de gemeente Westerkwartier hebben we het getroffen op het gebied van toegankelijkheid. Men denkt met je mee en waar mogelijk worden projecten gerealiseerd. Het is zoals we op z’n Gronings zeggen: ‘Het kan minder’. Toch zijn er nog bepaalde plaatsen waar toch nog verbeterpunten zijn. Zo heeft Prins al snel last van losliggende stoeptegels of overwoekerende planten, vertelt hij aan de wethouders. ‘Ik loop met een stok en die blijft al snel hangen. De oplossing hiervoor is om het te melden via het systeem. Dat klinkt makkelijk, maar ik kan de straatnaambordjes niet lezen. Dat maakt het heel lastig en tijdrovend.’ Een ander heikel punt voor Prins is het kleine aantal oversteekplekken dat Zuidhorn kent. ‘Het liefste steek ik over op een zebrapad. Negen van de tien auto’s stoppen namelijk niet voor mij. Ook niet als ik mijn stok uitsteek en daarmee aangeef dat ik erover wil. Ik voel me regelmatig onveilig, met name door de geruisloze auto’s of elektrische fietsen die voorbij razen.’

‘Dat bedoel ik met mensenwerk’, haakt Mulder in. ‘Als je niemand in je kennissenkring hebt die bijvoorbeeld blind is, of een andere beperking heeft, dan denk je er niet over na dat dit soort uitdagingen.’ Een voorbeeld daarvan zijn bijvoorbeeld de bushaltes in Zuidhorn. Bij de aanleg lagen er namelijk geen geleidelijnen van en naar de bushaltes. Inmiddels zijn die er wel gekomen. ‘Twee weken geleden ben ik met Reinoud door het centrum gelopen’, begint wethouder Stomphorst. ‘Hij gaf namelijk aan dat de paaltjes door hun grijze kleur slecht zichtbaar zijn. We hebben er samen naar gekeken en kwamen tot diezelfde conclusie . Dat zijn dingen waar je niet bij stilstaat.’ Om meer bewustzijn te creëren, is er in Zuidhorn in samenwerking met het PTW eens een tocht georganiseerd met rolstoelen, herinnert Nederveen zich. ‘Wij ervaarden toen zelf hoe het is om in een rolstoel te zitten. Je krijgt dan een gevoel van afhankelijkheid en je merkt met hoeveel dingen je extra rekening moet houden. Het was een bijzondere ervaring.’ ‘Daarom is co-creatie een belangrijk aspect’, voegt Mulder toe. ‘Als je ons vooraf mee laat kijken en denken met een bouwtekening, kost een aanpassing veel minder dan wanneer het al is gebouwd.’

Marum is daar een mooi voorbeeld van. Tien jaar geleden werd in het centrum van het dorp namelijk een ‘shared space’ aangelegd. Het concept werkt met kleuren waardoor de stoepen en straten worden onderscheiden. Er zijn dus geen drempels of verhogingen. ‘De gedachte daarachter was erg goed’, zegt Mulder. ‘Alleen is er niet nagedacht over blinden en slechtzienden. We zijn een rondje door het centrum gaan lopen met medelid Bert Zwart en kwamen er toen achter dat hij die verschillende vlakken helemaal niet kan onderscheiden van elkaar.’ Het PTW ging daarom in gesprek met de gemeente en samen kwamen ze al snel tot een oplossing: blindegeleidelijnen aanleggen, maar dat hoeft niet overal, want metalen molgoten kunnen namelijk ook dienen als een geleidelijn, blikt Mulder terug. ‘We zijn ook in gesprek gegaan met winkels en horecagelegenheden zoals de cafetaria daar. We wilden er namelijk voor zorgen dat de geleidelijnen niet in de weg zou lopen voor hen en dat zij geen obstakels in het pad zouden leggen . Zo blijkt maar weer dat in goed overleg veel mogelijk is.’ De volgende stap was de verplaatsing van de bushalte. ‘Wij durfden die optie niet eens voor te stellen bij de gemeente’, zegt Mulder. ‘Zij kwamen zelf met het idee. Ik zie het project in Marum als een mooi stukje mensenwerk’, voegt hij toe met een glimlach. 

‘Het is belangrijk dat je van elkaars bestaan afweet’, reageert Stomphorst. ‘Als gemeente wil je natuurlijk zo inclusief mogelijk zijn. Neem bijvoorbeeld het reizen met de bus. Wij willen het voor zoveel mogelijk rolstoelgebruikers mogelijk maken om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Zo hebben de personen meer zelfstandigheid en meer vrijheid.’ Dat blijkt een van de belangrijkste dingen te zijn, vindt Mulder. ‘De autonomie en je waardigheid zijn het belangrijkste voor alle mensen, maar vooral voor mensen met een beperking.’ De twee wethouders zijn erg tevreden met PTW, vertelt Stomphorst. ‘We zien het eigenlijk als een extra stel oren en ogen in de gemeente. Het is heel prettig dat het platform zich bij ons meldt, zodat wij weer vervolgstappen kunnen nemen.’ ‘Het is niet voor iemand denken, maar mét iemand denken’, besluit Prins. ‘Het is fijn dat de gemeente dat met ons doet.’

Verkiezing Meest Toegankelijke Gemeente van Nederland
Iedereen in Nederland moet mee kunnen doen. Mensen met een beperking kunnen dat vaak niet. Dat ligt aan de manier waarop in Nederland dingen zijn gemaakt of geregeld. Het is daarom belangrijk dat Nederland toegankelijker wordt. Gemeenten hebben daarin een belangrijke rol. De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) organiseert de verkiezing Meest Toegankelijke Gemeente van Nederland. Ook de gemeente Westerkwartier doet mee aan de verkiezing. Dat kan via https://meesttoegankelijkegemeente.nl/. De vragenlijst kan tot en met 30 juni worden ingevuld. In juli 2024 maakt het VNG de uitslag van de eerste ronde bekend. 

UIT DE KRANT