Tina de coole kip

Het is hoog tijd Tina de coole kip te introduceren. ‘Wie?’ hoor ik u denken. Nou, Tina de coole kip deed een week of acht geleden haar intreden in ons huishouden. Ik wilde al jaren een paar kipjes en eindelijk was het me gelukt mijn medehuisgenoten ook enthousiast te krijgen voor dit plan. We kochten wat eitjes voor in onze broedmachine en keken met spanning wekenlang wat de stand van zaken was. En ja hoor, na een krappe drie weken begon het eerste ei barstjes te vertonen. En daar was ze: duidelijk een Tina. Ook hier dachten mijn medehuisgenoten anders over, maar ik was verkocht. Dit was Tina de kip; de door mij zo gewenste kip. Blij waren we sowieso allemaal, want dit donzige witte dotje stal natuurlijk in no-time ieders hart. En zo gek als wij op haar zijn, was zij ook op ons. Na Tina volgden nog twee dotjes (Peggy en Puck), al bleef die eerste favoriet. En ze bleef groter, sterker en enthousiaster dan de anderen. De liefde was duidelijk wederzijds. Uiteindelijk legde Puck alsnog het loodje; de natuur is nou eenmaal hard. En zal je altijd zien: dit was de favoriet van onze echte kippenmoeder. Zij verlegde haar aandacht en liefde naar Tina, die ze inmiddels omgedoopt had naar Tina de coole kip. En Tina groeide gestaag door. Ze kreeg een fantastisch verenpak en, zoals dat hoort bij dit ras, op haar kop een ontembare pluizenbol. Dikke veren over de poten, een donzige kont; we zijn er allemaal verliefd op. Ja, ze is ook wel echt cool. Eén probleem: is Tina nou echt wel een Tina? Of toch een Tino? Dat bleek na enig onderzoek nou juist bij dit ras erg lastig te zeggen. We moeten blijkbaar wachten tot ze óf een ei legt óf begint met de hele buurt wakker kraaien. Van alles wat in die laatste richting wijst, wil natuurlijk niemand in ons huishouden weten. Maar elke keer als ik in mijn eentje extra vroeg in de ochtend beneden begon met werken, werd ik steevast enthousiast door Tina begroet. En u raadt het al: dat begroeten klinkt verdacht veel als een ‘kukelekuuuuu’. Maar zo om 5.30 uur is er niemand om me heen om te vragen: ‘hoorde jij dat ook?’ En zodra ik met de telefoon voor die kooi ging zitten, deed mevrouw Tina (of meneer Tino?) haar snavel niet meer open. En dus wuiven mijn medehuisgenoten dit massaal weg. Elke avond kruipt onze kippenmoeder even bij Tina in haar buitenren. Ik zie haar op het gras zitten tussen de kleine rekjes. Peggy (of is dit dan ook een Peter?) scharrelt gezellig om haar heen, maar Tina gedijt het best in haar armen. Terwijl ze de dag doornemen zijn beide intens tevree. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om nog afscheid te gaan nemen van deze coole kip.



