De allerlaatste loodjes van groep acht

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

De allerlaatste loodjes zijn het zwaarst. Helemaal als je een elfjarige pré-puber bent die in groep acht zit. Wanneer begint nou ein-de-lijk die middelbare school? Het ochtendhumeur is momenteel groter dan ooit. Waar ze eerder in het jaar nog elke dag mij vroeg waarom ik haar toch weer naar die gevangenis bracht, komt er nu niks meer uit als ze zich moeizaam uit de auto hijst en in slowmotion naar het plein sloft. Soms zegt ze me verwijtend dat ik weer eens te vroeg ben – ‘je moeder is nou eenmaal altijd op tijd’ – maar vaak laat ze ook dat achterwege, maar spreekt haar blik nog boekdelen. Steeds vaker moet ze zelf op de fiets. Mevrouw koos voor een middelbare school in de stad, dus dan zal ze opeens elke dag moeten fietsen en ook niet zo’n klein stukje ook. Maar dat argument vindt ze onzin. Aan fietsmeters opdoen en er routine van maken dat ze haar stalen ros moet pakken, heeft ze een broertje dood. Eenmaal aan het einde van een schooldag, komt ze steevast met het antwoord ‘saai’ op de vraag hoe het was. Bij voorkeur vertelt ze in geuren en kleuren hoe de juf zich zo’n dag gedraagt. Zo hoorde ik afgelopen maandag dat juf niet alleen een ochtend- maar ook een middaghumeur had meegenomen. ‘Inmiddels heeft juf gewoon een hekel aan de hele maandag’, was de conclusie van de pré-puber. Met hoge piepstem doet ze dan allerlei tirades na: ‘als jullie zo doorgaan, gaan we niet voor de musical oefenen’ en: ‘jullie zijn zo sloom, dat we nergens aan toekomen’. Ook eentje die vaak terugkomt – met piepstem ook - : ‘de héle dag maar kletsen, maar jullie moeten werken’. Hier heeft ze zelf andere gedachten bij: ‘het is noodzakelijk om ook telkens tussendoor even te kletsen, mama. Wie houdt er anders zo’n dag vol?’ Je zou dan denken dat het werken aan de eindmusical in elk geval veel verlichting brengt. Maar als je een snel brein hebt, heel makkelijk leert en iets één keer hoeft te zien om het te kennen, dan is een rol van pak hem beet tien zinnen, veel te klein om enige uitdaging te brengen. Sterker nog, ze vertrouwde me al toe dat ze inmiddels ieders rol aardig uit haar hoofd kent, maar: ‘ik doe maar net of ik het nog niet allemaal ken, want zo is het bij de rest ook.’ Gelukkig zijn het echt die aller-aller-laatste loodjes. En zoals dat gaat met prépubers zijn er ook van die dagen dat ze niet in dit stralende weer mokkend in winterjas de school uitkomt slenteren, alleen ‘hoi, ik fiets zonder jullie naar huis’ zegt en zo wegrijdt. Soms komt ze giebelend met ‘bestie’ geheel volgens traditie als allerlaatste naar buiten – dat ga ik volgend jaar niet missen! – om samen de hort op te gaan en nog even te gaan oefenen voor die musical. Voorzichtig pols ik haar ’s avonds of ze haar klas dan niet meer leuk vindt en of ze het nog naar haar zin heeft: ‘ja hoor! Het is juist hartstikke gezellig’, mompelt ze, terwijl ze zich tegen me aan nestelt. Ik vermoed dat ze er de volgende ochtend anders overdenkt, maar dit lijkt me goed genoeg.

UIT DE KRANT