Beestjes

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

In ons huis wordt nogal veel gepraat. Met drie dames om je heen is het zelden stil. Om hun verhalen kracht bij te zetten en om over elkaar heen te komen, willen de dames nog weleens van alles richting mij roepen. Lang niet alles wat ze over me heen tetteren neem ik serieus. Klachten over elkaar - ‘maar zij deed dit’ - luister ik niet eens naar. Laat ze het maar met elkaar uitzoeken. Beestjes zijn niet populair bij onze dames. Jammer genoeg zijn ze wel een kei in het spotten van bijvoorbeeld spinnen. Zelfs de meest minuscule uitvoeringen zien ze en móeten verwijderd worden, door mij bij voorkeur. Mijn argument dat de spinnen muggen opeten, wordt daarbij standaard genegeerd. Omdat ik zelf vroeger ook mijn bed niet uit durfde als ik een spin bij de deur spotte, probeer ik hun angsten maar serieus te nemen. Maar toen oudste dochterlief afgelopen week op een drukke ochtend meende kevers in haar kamer te spotten, leek het me handiger eerst even de andere kant op te kijken. Ik had al slecht geslapen, zat nog met haar zusje die van het aantrekken van een simpele sok al een heel probleem maakte en moest nog alle brood- en fruitbakjes vullen. Eerst koffie, dan de bakjes en dan de auto in; was mijn plan. ’s Middags herinnerde ik me pas weer de gespotte beestjes en verdomd, ik moest constateren: dit lijken inderdaad wel kevers. En zal je altijd zien, tref je juist dan een moeder die afgelopen zomer haar hele huis moest redden van een keverplaag. Haar verhalen over een vloer die er bezaaid mee lag en verdelgingsmiddelen kwamen goed binnen. Eenmaal thuis ga ik op zoek. De bron van onze plaag lijkt snel gevonden. Dat hamsterhok had ze al even niet verschoond, kwam oudste dochterlief schoorvoetend melden. Maar met alleen dat hok aanpakken, kwamen we er niet meer. Ik tilde de zitzak op en spotte tien van die kleine zwarte beestjes. Ze liepen over de muren, onder kastjes en achter het bed. Overal één of twee, dus niet veel, maar wel zoveel dat het zorgelijk werd. Zelfs in de drinkbak voor haar knuffelpaarden – die overigens wel altijd gevuld is met water en dankbaar door de katten benut wordt – dreven er een stuk of vijf. En als je ze dan eenmaal spot, dan zie je die kleine beestjes opeens overal. En begint het te jeuken. Hoewel niks erop wees dat deze beestjes enig interesse in ons hadden en onderzoek ons leerde dat wij hier geen jeuk van kregen, begonnen we te kriebelen en hielden we niet meer op. Al krabbend moest het hele huis eraan geloven. Alle hamsterkooien gingen door handen, alle rommel werd opgeruimd – leuke bijkomstigheid – en álles werd gezogen. En gezogen. En gezogen. Inmiddels lijken de beestjes verdwenen en zijn we weer uitgejeukt. Behalve als we het over de beestjes hebben, want dan beginnen we allemaal direct weer. Enige doel is nu nog oudste dochterlief weer in haar eigen bed te krijgen. Alleen al bij het idee begint ze te krabben en te kriebelen.

UIT DE KRANT