Pappen en nathouden

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Als moeder ben ik niet zo van het pappen en nathouden. Mijn dames zijn er wel aan gewend dat ik zeg waar het op staat. Liegen zit niet in mijn aard en bovendien: help ik mijn kinderen wel door ze telkens de hemel in te prijzen? Ik zoek een goede balans tussen benoemen waar ik trots op ben en waar ze zelf trots op mogen zijn, en er ook geen doekjes om winden als het beter kan. De ene gaat daar beter mee om dan de ander. De middelste doet het eigenlijk beter op positieve stimulans. Menig atletiekwedstrijd zagen we een meisje wat inhield, maar dit benoemen werkte alleen maar averechts. Bozig keek ze me dan van de start aan, omdat ze voor zichzelf die lat ook al hoog legde. Zo hoog dat het misschien wat verlammend was. Pas toen ik leerde haar hiervan bewust te maken en ze ontspande, zagen we ook de vooruitgang die we beiden wel voor ogen hadden. De jongste is uit ander hout gesneden. Zij schudt over het algemeen alles van zich af. Dit vlindertje denkt liever niet teveel na en gaat nog weleens impulsief te werk. Dat dit niet altijd goed uitpakt, maakt ze geregeld mee. Toch zijn haar intenties niet vaak slecht en komt kritiek van haar moeder dan wel hard binnen. Met knuffels en liefde kan ik haar alles vertellen en uitleggen, maar een keiharde boodschap bereikt niet veel meer dan tranen en verdriet. Oudste dochterlief spreekt dezelfde taal als mij. Heb ik geleerd om de juiste toon aan te slaan bij haar zusjes, bij onze oudste ben ik weleens ongenuanceerd mezelf. Als ik zeg waar het op staat, is ze nooit van haar stuk, maar vaker reëel en eerlijk. Neemt niet weg dat ze met haar bijna 12 wel een echte puber wordt die bij tijden grossiert in het zelfmedelijden over te vroeg opstaan – waarbij ik haar fijntjes vertel dat elke dag het tweede uur naar school moeten niet heel zwaar is -, teveel huiswerk – waarbij ik haar fijntjes vertel dat ze zich nog niet bepaald overwerkt – en elke dag fietsen – waarbij ik haar er fijntjes aan herinner dat ze tweemaal in de week een bus-wildcard mag inzetten van ons. Waarna we altijd samen lachen en ze er de schouders onder zet. Afgelopen week kwam ze met een gedicht thuis. Geschreven tijdens een workshop waar ze weinig zin in had. Ze krabbelde in een minuut wat op papier en ging lekker paarden tekenen. Ongenuanceerd vertelde ik haar dat ze niet bang hoefde te zijn dat ze zou winnen: ‘alleen als je leerkracht écht heel slecht is of als je klasgenoten nóg slechter dan jou zijn’. We lagen samen in een scheur en we lachten nog veel harder toen bleek dat juist zij was uitgekozen om het voor te dragen. Tot we even paniek kregen: is dit wel goed genoeg voor op het podium? Terug naar de moedermodus zoals hij hoort te zijn: ‘het is fantastisch zelfs, lieverd. Wie weet, win je wel, want je hebt het heel goed gedaan.’ Argwanend keek ze me aan en we barsten nog maar eens in lachen uit. Drie keer raden wie er wel enorm trots in die zaal gaat zitten.

UIT DE KRANT