De tas en het einde van de zomer

Afgelopen zomer besloten we een paar dagen Gardameer mee te pakken. Het was alweer heel wat jaartjes geleden dat we rondstruinden door de pittoreske dorpjes langs het meer. De laatste keer zaten de jongste dames nog in die enorme tweelingwagen en waren we allang blij dat we de deur uit waren gekomen. Dit keer liep iedereen zelf en brandde het vakantiegeld in de zak. Aangezien de vakantie nog maar net begonnen was, werd er keurig afgewogen of een aankoop de moeite waard was of dat we zouden afwachten wat de weken in Italië nog meer te bieden hadden. Het was niet makkelijk, want daar aan het Gardameer struikelden we zoals verwacht over de Nederlanders, maar barstte het ook van de leuke winkeltjes. Ook ik moest me inhouden om niet in elk dorpje weer iets in te slaan. Ons servies had een aanvulling nodig – wij eten al sinds jaar en dag van het Italiaanse citroenenservies – en dat was al kostbaar genoeg. Dus het werd vooral ‘kijken, kijken en niet kopen’. Totdat ik een blik in een tassenwinkel wierp en het liefde op het eerste gezicht bleek. ‘Oh, wacht even’, zei ik manlief en de dames, en ik stortte me op een fantastische tas. Eentje met goud en panterprint, maar dan wel in een zomerse rieten versie. ‘Dit zal wel te duur zijn voor wat ik wil’, verzuchtte ik, maar de gehaaide verkoopster was wel gewend aan de zuinige Hollanders en begon direct over een discount te ratelen. Koren op mijn molen en dus was het beklonken. ‘You look good’, vertelde de verkoopster mij, terwijl ze de tas die ik bij me had in mijn nieuwe aankoop stopte en deze aan mijn arm hing. En ja: ik ‘lookte very good’. De tas en ik bleven onafscheidelijk die vakantie en al snel bleek dat ik niet alleen good eruitzag, maar dat de tas niet bestand was tegen mijn bestaan. De discount was niet uit de lucht komen vallen, want eenmaal thuis moest ik heel wat reparaties verrichten om deze nieuwe liefde bruikbaar te houden. Manlief keek hoofdschuddend toe hoe ik anderhalf uur lang met naald en draad in de weer ging. Maar het lukte en die tas en ik bleven onafscheidelijk. Waar deze in Italië richting het strand perfect functioneerde, was dat eenmaal in Nederland wat minder makkelijk, maar toch bleef ik vasthouden aan dit symbool van een heerlijke zomer die ik liever niet los zou laten. Hardnekkig propte ik hem voorin mijn fietsmand of plaatste hem op een ereplek naast me op de bijrijdersstoel in de auto. ‘Als het minder weer wordt, pak ik mijn andere wel weer.’ Maar het weer werd me nooit slecht genoeg om hem aan de kant te schuiven. Afgelopen week staakte ik mijn verzet. De herfst is overduidelijk aangebroken. Kerstspullen liggen in de winkel, we eten pepernoten; de tas moet weer aan de kant. Verlangend kijk ik om telkens als ik hem passeer in de bijkeuken. Misschien in maart, maar anders toch april, kan ik hem wel weer tevoorschijn halen.



