Lastige eters

Ik ben op een kruistocht en die heeft alles te maken met het avondeten dat ik dagelijks op tafel zet. En wonderlijk genoeg heeft dit niet eens per se te maken met hoeveel groente mijn kinderen elke avond binnen krijgen. Dat zij slecht eten en overal wat van vinden, dáár heb ik me allang bij neergelegd. Maar dat ons menu door al dat gemier aangepast was naar een simpel en wekelijks zelfde ritme begon me nogal tegen te staan. Ik hou toch al niet van koken en als ik dan na een half uur in de keuken ook nog eens met tegenzin achter het eindresultaat schuif, dan wordt het steeds lastiger om de motivatie te vinden om überhaupt nog achter die pannen te staan. Ons ritme lag zo vast dat de kinderen blindelings konden voorspellen wat er op het menu stond. ‘Is het maandag? Oh dan eten we bloemkool’, en dan met een vies gezicht erbij. Oudste dochterlief doopte deze groente al om naar ‘kotskool’, maar omdat er weinig anders is wat door de gratie komt, zet ik deze groente wel vaak voor. Net zoals sla (elke woensdag), wortels (elke vrijdag) en spruiten (elke zondag). U leest het al; heel verrassend was ons menu niet. Aardappels en vlees erbij voor manlief die dat het fijnste vindt en u kunt begrijpen waarom het mij allemaal de neus uitkwam. Het laatste halfjaar heb ik stiekem en doortastend kleine wijzigingen in het wekelijkse menu doorgevoerd. Gewoon eerst eens elke week één nieuw gerecht. Uiteraard werd dit vaak met gemopper ontvangen, want: wat de boer – en onze dochters! – niet kent, lust hij niet. Ook manlief is geregeld een lastig obstakel om te nemen, al verpakt hij zijn commentaar vaak heel politiek correct: ‘als je dit voor mij maakt, dan hoeft het niet nog een keer’. Zijn gebeden worden echter niet altijd verhoord; als ik met plezier ergens in eet, kan het maar zo zijn dat ik een dergelijk gerecht zonder pardon nog eens neerzet. Kritische vragen pareer ik met vage antwoorden: ‘is dit ui? Nee hoor, dat lijkt maar zo.’ Van onze vastigheden in het menu is nu een dik halfjaar later weinig over. We eten ineens curry’s – werd vooral door de middelste met plezier ontvangen -, tig soorten pasta tot aan gnocchi aan toe – is vooral oudste dochterlief over te spreken – en zelfs het door ons bespotte quinoa – ‘wie eet er nou een bord vol zaadjes?’ - staat geregeld op het menu. Heel soms zit er een complete mislukking tussen, maar gelukkig herbergt de vriezer dan altijd nog een hamburger en bolletje en is een blik soep zo geopend. En ja, zo treurig is het leven van een kokende moeder dan wel, zo’n avond dat alles misgaat en we eindigen met soep en hamburgers worden altijd met de grootste enthousiasme ontvangen door de dames. Verder maak ik vooral mezelf blij. Maar later, verkondig ik elke maaltijd weer, zullen ze me dankbaar zijn dat ik ze zo gevarieerd heb leren eten. En later komt vanzelf.



