Alles bij het oude

Eén van onze dames is niet al te gek op verandering. En dat resulteert in het oneindig vasthouden aan spullen die wellicht nog van waarde kunnen zijn. In haar grote schatkist-lade vind je oude verpakkingen, aftandse barbies en knuffels die al jaren niet aangeraakt zijn. Alleen met de vuilniszak in de hand en grote dwang hebben wij dit jaar eindelijk wat lucht in haar kamer weten te creëren. Daar stond nog een kinderkeukentje waar eens per jaar ongeveer mee gespeeld werd, maar niet weg mocht, want: ‘als ik er dan wel weer mee wil spelen, kan het niet meer.’ Ooit wist ik het Barbie-kasteel naar de gang te praten, tot ze drie avonden later dikke tranen huilde dat haar kamer niet meer compleet was. Begin dit jaar dus, hebben we korte metten gemaakt met al die spullen die voor dat ‘misschien wil ik er nog eens wat mee’-gevoel waren blijven staan. Bizar hoeveel fijner haar kamer aanvoelt, maar het blijft oppassen dat ze niet langzaamaan weer alle ruimte vol hamstert. Haar bewaarwoede richt zich niet alleen op haar eigen spullen. Ook ik moet er vaak aan geloven. Oude kleding mag niet de bak in, maar moet ik bewaren tot zij de leeftijd heeft om mijn complete garderobe over te nemen. Toen ik onlangs met haar zusjes een aantal van mijn oude kledingstukken verknipte om met de stof te knutselen, sprak ze een dag niet meer tegen me. Maar ook de kleinste aanpassingen in de inrichting van ons huis, leveren problemen op. Zo huilde ze tranen met tuiten toen wij ons vloerkleed eruit gooiden. In mijn geval ben ik dan ineens klaar met zoiets en rij ik in een weekend zonder pardon naar de winkel om een nieuwe te halen. Binnen een uur is het oude vloerkleed uit ons leven verdwenen en is zijn plek ingenomen door een heerlijk zacht nieuw exemplaar. Het feit dat het oude vloerkleed meermaals onder gepoept was door de kat, bracht geen enkel verlichting in haar verdriet. Wonderlijk genoeg is het overlijden van één van de diertjes beter te behappen voor haar. Ook dan is er een groot – en terecht – tranendal, maar de mogelijkheid om zo’n overleden lieveling een plekje te geven, blijkt enorm helpend. Trouw gaat ze dan nog dagen langs het graf en creëert ze kleine altaartjes. Maar om de halve tuin vol te stoppen met oude kleding en speelgoed, is geen optie. Een heel groot issue is het idee dat mijn auto ooit ingeruild gaat worden. Er gaat bijna geen dag voorbij dat ze niet alvast redenen aandraagt om deze bolide tot in den treure te behouden. Haar ultieme doel is hier zelf ooit in door te rijden, maar met haar 9 jaar is dat vooruitzicht nog wel erg ver weg. Afgelopen week observeerde ze mij intensief vanaf de passagiersstoel voorin. En vroeg ze zich hardop af of ik nog groter zou groeien. Ik lachte als een boer met kiespijn: ‘ik zal waarschijnlijk alleen nog maar krimpen. Of groeien in de breedte.’ Tevreden wreef ze in haar handen. Weer een reden om ons bakkie te behouden. ‘Jij gaat nooit te groot worden voor deze fantastische auto.’



