Op oefening

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Nu ze naar de middelbare gaat, moet oudste dochterlief steeds meer zelf regelen. Maar helemaal achterover leunen als ouders is natuurlijk ook een illusie. Aangezien zij voor een school in de stad koos, betekent dit ook dat de reisopties bekeken moeten worden. Ik verdiepte me afgelopen week in de OV-chipkaart, maar bovenal in de fietsroute naar haar nieuwe school. Uitgestippeld en wel wachtte ons de schone taak dit in ‘real life’ uit te proberen. Een elektrische fiets had zíj al, maar ik ben een stugge weigeraar en zag het niet zitten op mijn gewone fietsje de 28 kilometer heen en terug met haar af te leggen. Van manlief mocht ik van niemand een fiets lenen: ‘jij maakt altijd alles met knopjes stuk.’ Dus ik toog naar de fietsenwinkel en probeerde er eentje te huren. Dat bleek wat lastig, maar hulde aan Tina van De Fiets: ik kreeg haar eigen fiets mee. Met de woorden van manlief in mijn achterhoofd was ik wel wat bevreesd over de staat waarin zij deze terug zou krijgen, maar we gingen er maar voor. Met een lekker weertje stapten oudste dochterlief en ik enthousiast op. We gingen voor de ‘full experience’ dus de rugzak moest ook mee. Onderweg babbelde ze honderduit. ‘Ach kijk wat een leuke paardjes’ en: ‘weet je nog toen we…’ Ik probeerde ondertussen allerlei instructies in te prenten: niet te dicht op de rand, niet te hard, nooit met twee dopjes met muziek in fietsen etc etc. Zo halverwege de route - de billen waren al iets minder blij – zei de navigatie iets anders dan mijn gevoel. Nou fiets ik alsof ik autorij, dus wilde ik niet eigenwijs zijn en besloten we keurig de instructies te volgen. Hoe verder de weg vorderde, hoe groter de twijfels. Omdat ze steeds meer zelf moet regelen, liet ik oudste dochterlief navigeren. ‘Jij moet het gaan doen’. In plaats in de buurt van haar middelbare school kwamen we langs allerlei andere locaties in de stad die we niet hadden moeten zien. En in plaats van de gehoopte 40 minuten, deden we er dik een uur over om op de juiste plek te geraken. De billen waren al helemaal niet blij meer en veel geleerd had ze niet, behalve hoe het allemaal niet moest. Enigszins opgelucht – misschien wel richting euforisch na het drukke stadsverkeer waar ik ons doorheen geloodst had – wilde ik haar nog even vastleggen voor de school nu het niet ‘genant’ was. Die kans zou ik niet weer krijgen. Een enthousiaste voorbijganger moest lachen om onze fotosessie en sprak ons aan. Hij moest lachen om onze avonturen en praatte ons moed in voor de terugweg. Daar moest hij goed zijn best voor doen, want ik had er een hard hoofd in (en bepaald geen blije billen). ‘Nou ik ga weer door’, lacht hij uiteindelijk toen ik hem vroeg of hij bekend was met de school. ‘Ik ben de directeur’, antwoorde hij enthousiast. ‘Maar je bent niet de enige van vandaag die hier zo poseert hoor’, vertelde hij onze verbaasde gezichten. ‘Wel de enige met zo’n omweg.’

UIT DE KRANT