Het ‘ik irriteer me helemaal dood’-potje

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Onze middelste dochter is er eentje die graag opkropt. Eenmaal uit school spreekt haar gezicht al boekdelen. Alles waar ze op een schooldag tegenaan loopt, stopt ze vakkundig weg om het bij mij te kunnen spuien. Het allerliefste reageert ze zich daarbij af op haar tweelingzusje. Het voelt blijkbaar ongelooflijk fijn om die de schuld te geven van alle problemen in de wereld. Dankzij haar heeft ze opeens ‘de stomste pauze ooit meegemaakt’. Alles wat kwijt is, zal haar tweelingzusje wel weggepakt hebben. En ook het feit dat ze zo boos is, komt door het arme zusje; ‘zij irriteert me’. Irritatie is een groot probleem voor haar. Dit is een dame die gek op ruimte is. Letterlijke ruimte en dat is nogal lastig in een klas van bijna 30 kinderen die in een redelijk krap lokaal worden gepropt. Al eerder mopperde ze over klasgenootjes die aan haar haar zaten, die met hun voeten onder háár tafel rommelden of die smakten bij het eten. Allemaal kleine dingen die ze opstapelt tot ze thuis alleen nog maar boos kan zijn. Voor mij als moeder is het een grote uitdaging om een goede modus te vinden tussen begrip voor haar gevoel en de wens om het thuis gezellig te houden. Ik vind dat je ook best wel eens boos mag zijn of chagrijnig al vind ik het afreageren op een ander geen goed plan. Het is wel heel menselijk. We hebben weer een nieuwe oplossing voor de irritatie geïntroduceerd. Ze heeft een ‘ik irriteer me helemaal dood’-potje van mij gekregen waar ze vakkundig alles wat ze vervelend vind in mag wegstoppen op een dag. Het potje mag pas ’s avonds weer open, waar we er hopelijk samen om kunnen lachen. Het leek een groot succes en de sfeer in huis klaarde de eerste dag zienderogen op. In de avond lachten we samen om de irritaties variërend van geslurp bij het drinken – dat bestempelden we als babygedrag – en een klasgenoot die elke fout met gehoon beantwoordde – dat noemen wij onaardig. Dag twee echter, stond haar gezicht alweer op onweer uit het schoolplein. Dit keer was er een ander euvel dan irritatie wat haar parten speelde. Ze is ook nog eens heel perfectionistisch en had op haar kop gehad van de meester. Kritiek en perfectionisme gaan niet altijd even lekker samen. Wat bleek? Ze was iets kwijt, had wel drie keer haar hele vak ondersteboven gehaald waarna meester slechts één poging deed en het zonder problemen terug vond. Dit keer was ik de enige die lachte. In mijn huishouden wonen namelijk vier van deze personen. Ze zoeken sokken, tassen, bekers en autosleutels. Ook pinpassen, toetsen en bibliotheekboeken vind ik zonder problemen, waar zij er uren later nog naar gissen. Evenals meester zou ik hier boos om kunnen worden, al weet ik inmiddels wel beter. Al deze zoektochten stop ik vakkundig in mijn eigen ‘ik irriteer me dood’-potje waar ze gezelschap vinden van onder andere onderbroeken die ín een gewone broek in de was gaan, de deur uit willen gaan als niemand klaar is (ook manlief niet) en eten koken wat niemand vervolgens opeet.

UIT DE KRANT