Bram Pikkemaat staat stil bij de Japanse bezetting van Nederlands-Indië

MARUM - Op 8 december 1941 verklaarde Japan de oorlog aan het voormalige Nederlands-Indië. Bijna vier jaar later, op 15 augustus 1945, gaven de Japanners zich over. Voor veel Indische Nederlanders en Molukkers is 15 augustus daarom een belangrijke datum. Op deze dag staan zij stil bij de vrijheid en het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dat is in de gemeente Westerkwartier niet anders. Dit jaar vindt er in Marum voor de elfde keer een Indië-herdenking plaats. De ingrijpende gebeurtenissen van de Japanse overheersing en de daaropvolgende vrijheidsstrijd van Indonesië wordt herdacht door nabestaanden met een Indische en Molukse achtergrond en andere belangstellenden.
Opvallend is dat de laatste jaren ook jongeren van de derde en vierde generatie deelnemen aan de herdenking. Zo ook de vijfentwintigjarige Bram Pikkemaat. Zijn oma Els Pikkemaat-Mulder zat tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië namelijk in een Interneringskamp. Vorig jaar tijdens de herdenking deelde hij voor de eerste keer zijn verhaal, maar ook die van zijn oma. ‘Tony Simon, de initiatiefnemer van de herdenking had mij gevraagd of ik als derde generatie wilde spreken over mijn ervaringen’, vertelt Pikkemaat. ‘Hij stelde mij de vraag: “zou je iets over jouw oma kunnen vertellen?”. Toen besefte ik mij dat ik eigenlijk niet goed wist wat mijn oma had meegemaakt. Dat was dan ook het moment dat ik mij er meer in ging verdiepen.’
Via gesprekken met zijn vader en opa komen er steeds meer verhalen over zijn oma naar boven. Zijn oma vertelt zelf nooit over die periode. ‘Dat is typerend voor die tijd. Je ziet bij veel mensen die dat soort trauma hebben meegemaakt dat ze er niet over willen of kunnen praten’, zegt Pikkemaat. ‘Ze heeft het alleen aan mijn opa verteld. Die heeft alles opgeschreven. Daar ben ik hem erg dankbaar voor, want anders hadden we nooit geweten wat mijn oma allemaal had meegemaakt.’ Zo komt Pikkemaat er bijvoorbeeld achter dat de gevangenen in het kamp soms maar één lepeltje pindakaas per dag kregen, of dat er voedselkarren voor het kamp in de fik werden gestoken. Dat terwijl er grote honger heerste achter de muren. ‘Mijn oma heeft daar heel veel meegemaakt. Nu ik dat weet, begrijp ik sommige dingen beter.’
Els Pikkemaat-Mulder is zeven jaar oud wanneer ze samen met haar moeder, twee broers en gehandicapte zusje in het kamp terecht komt. Het gezin had al eerder afscheid genomen van hun vader. Hij werd opgeroepen voor het leger en is nooit meer teruggekeerd. Hij kwam om in de haven van Osaka als krijgsgevangene van de Japanners. In het kamp wordt het gezin opgesplitst. Haar twee broers gaan naar een apart kamp, waardoor Els alleen overblijft met haar moeder en zusje Alda. Ook dat is moeilijk, omdat Alda zwaar gehandicapt is door een hevige vorm van autisme. ‘Ze sliepen daar met veel mensen in één barak, wat lastig was voor Alda. Er werd ook over haar geklaagd’, vertelt Pikkemaat. ‘Op een gegeven moment werd daarom het besluit genomen, onder sociale druk van de andere bewoners van de barak, om Alda te laten opnemen in een zogenaamd verpleeghuis voor gehandicapten in een ander kamp. Haar moeder deed er alles aan om samen met mijn oma ook te worden overgeplaatst naar dat kamp.’
Toen dat eindelijk was gelukt, bleek Alda al in een zeer verwaarloosde staat te zijn. Ze zat vastgebonden in een stoel. Op haar rug had ze een ontstoken wond, door het constante schuren tegen de rugleuning. Een autistisch kind is namelijk continue rusteloos. Daarnaast leed ze aan een hongeroedeem. ‘Het enige wat haar moeder en mijn oma konden doen was haar troosten en haar gezondheid langzaam achteruit zien gaan. Elke dag gingen ze naar het verpleeghuis om Alda te bezoeken. Daardoor heeft mijn oma haar zusje langzaam zien sterven.’ Na twee maanden overlijdt Alda. Alsof dat al niet traumatisch genoeg is, mogen zusje Els en haar moeder niet bij het moment dat zij wordt begraven aanwezig zijn. ‘Toen is de moeder van mijn oma in een overspannen en zieke toestand opgenomen in hetzelfde hospitaal. Daardoor was mijn oma drie weken alleen in het kamp. Een andere kampbewoner heeft zich over haar ontfermd, maar het bleef heftig’, vertelt Pikkemaat.
Na drie jaar komen moeder en oma het kamp weer uit. Ook de twee broers weten veilig terug te keren. Toch blijven de gebeurtenissen die zij in de periode van bezetting hebben meegemaakt, hen altijd bij. ‘Ik weet dat de broers van mijn oma er aan onderdoor zijn gegaan. Mijn overgrootoma heeft vreselijke dingen meegemaakt en ook voor mijn oma was de tijd in en na het kamp erg traumatisch. Zo is ze bijvoorbeeld depressief geweest na de geboorte van mijn vader. Daar heeft hij vervolgens ook weer last van gehad. Dat trauma wat zij toen heeft opgelopen zit ook ergens in mijn vader en in mij.’
Juist daarom blijft het belangrijk om te blijven herdenken en om erover te blijven praten vindt Pikkemaat. ‘Als klein jongetje had ik niet door dat mijn oma dit allemaal had meegemaakt. Ik wist wel dat er iets was, maar wat? Dat wist ik niet.’ Als hij bij zijn oma thuis was, gingen dingen soms anders dan normaal, blikt hij terug. ‘Mijn oma gooide nooit eten weg. Als ik nog iets in mijn bord had liggen, wilde ze altijd dat ik alles op zou eten. Als ik bij haar logeerde werd ik grondig door haar gewassen. Geen enkele plek werd overgeslagen. Dat zijn dingen die je niet begrijpt, totdat je het hele verhaal hebt gehoord. Daarom blijft het goed om hierover te blijven praten.’ Toch begrijpt hij goed dat zijn oma er jarenlang niks over heeft verteld. ‘Ik heb mij meerdere keren proberen in te leven in mijn oma als zij haar ervaringen zou moeten vertellen. Ik vergelijk het met een strandbal die je met al je kracht onderwater probeert te houden. Je draagt zoiets groots met je mee wat naar boven wil komen. Toch onderdruk je dat gevoel, omdat je het niet wil vertellen. Dat voelt bijna onmogelijk.’
Op 15 augustus vindt daarom jaarlijks een Indië-herdenking plaats in gemeente Westerkwartier. Om 18:45 uur bij de kerk aan de Noorderringweg te Marum is iedereen welkom om samen te komen. Het programma bestaat uit twee delen. Rond het oorlogsmonument zal wethouder Nederveen spreken, afgewisseld met muziek, een minuut stilte en een kranslegging. Na een korte pauze in de kerk, vinden toespraken plaats van nakomelingen van de derde en vierde generatie, afgewisseld met muziek. ‘Voordat ik door Tony werd gevraagd, was ik nooit bij de herdenking geweest. Nu voelt dat soms raar, omdat een groot deel van mijn familiegeschiedenis is getekend door de gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting. Om trauma te kunnen helen, is het belangrijk om het te erkennen en erover te praten. Juist daarom is het ook voor de jongere generaties belangrijk om te blijven herdenken’, zegt Pikkemaat.
| De vader van Bram, Egbert Pikkemaat is beeldend kunstenaar. Hij heeft voor de herdenking een pop-up expositie met audiotour gemaakt. De expositie bestaande uit oorlogsverhalen van Indische- en Molukse Groningers zal op 15 augustus, de dag van de Indië-herdenking, te zien zijn in de Groningse Martinikerk. In Groningen wordt een herdenking georganiseerd vanaf 17:30 uur. De herdenking in Marum gaat om 18:45 uur van start. Voor meer informatie: indieherdenking15augustus-marum.blogspot.com/ |



