Taximoeder

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Ik ben een taximoeder pur sang. Dat heeft er alles mee te maken dat manlief en ik ooit verliefd werden op een plekje in een dorpje zonder voorzieningen. Met de auto staan we in drie minuten alsnog bij de supermarkt, maar op de fiets moeten we toch al snel een kwartier fietsen voor we ergens zijn. En dat kwartier voert door het bos. Een prachtige route waar we allemaal nog steeds blij van worden, maar niet de meest veilige voor drie jongedames. Gelukkig hou ik van autorijden. Na de jaren waarin alles praktisch moest zijn – toen de tweeling klein was – heb ik mijn logge grote gezinsauto ingeruild voor een witte MINI die me alweer dik vijf jaar overal brengt waar ik maar wil. En dat is op heel wat plekken met die drie dames van mij. Zoals ik al jaren roep: het is maar kort dat ik ze zoveel moet rijden, dus ik doe het graag. En dat is oprecht hoe het is. Tuurlijk zijn er weken dat ik elke dag drie à vier ritjes heen en weer doe en ik voor mijn gevoel meer in de auto zit dan thuis. Dan mopper ik wel eens op de dames dat ze maar blij moeten zijn met een moeder die overal maar heen sjeest. Maar vaker geniet ik enorm van hoe ondernemend ze zijn en die korte momentjes samen in de auto. Soms zijn het maar drie minuutjes, maar in de drie minuutjes met zijn tweetjes vertrouwen ze me de grootste geheimen toe en krijg ik soms een uniek inkijkje in hun eigen leventjes. Een dikke bonus bovenop de ritjes zijn de momenten die ik vervolgens aanschuif bij een sport en muziekles. Als ik zou zeggen dat ik elke maandagmiddag zin heb om een half uur de vioolles van onze jongste te aanschouwen, dan zou ik liegen. Onze maandag start al om 5.00 uur, dus die 16.00 uur ’s middags is dan niet mijn beste moment. Als mevrouw dan ook nog eens zo’n dag heeft dat haar aandacht óveral is behalve bij de juiste noten en haar juf het geduld al heeft opgebruikt bij de kids voor mijn dochter, dan is het al helemaal tanden bijten. Maar vaker zie ik mijn meisje opbloeien en genieten van het instrument. Ze groeit nog elke week en hoewel ze moppert op het oefenen, komt ze wel altijd voldaan uit de les. Oudste dochterlief is mijn vaste partner in crime die als ze meerijdt, àltijd voorin zit. Een overblijfseltje uit de jonge jaren van haar zusjes toen die in elk geval niet voorin konden zitten en zij dus een vaste plek naast mij kreeg. Vaak hebben we dan een moment van verstandhouding: ‘die twee achterin ook…’ terwijl haar zusjes achterin óf ruzie maken óf juist samen zo gek doen dat ik bijna bots of verkeerd rij. Onze alweer elfjarige geniet met volle teugen van die momenten dat ze mee moet kijken naar de route, mijn telefoon moet aannemen of ziet hoe ik met moeite ergens parkeer – ja, ook in een MINI kan dat lastig zijn. Als ze volgend jaar naar de middelbare gaat, zullen deze momentjes schaarser worden. Elke keer als ik haar alvast voorbereid dat ze volgend jaar ‘echt veel meer zal moeten fietsen’, zeg ik dat natuurlijk vooral voor mezelf. Ja, volgend jaar zal ze echt veel meer moeten fietsen. Zo ongezellig.

UIT DE KRANT