De ochtendmensen versus de avondmensen

Het lijkt erop dat de meerderheid van ons huishouden in de categorie avondmens valt. Slechts één van de dames stapt elke dag zonder ochtendhumeur haar bed uit, de rest – inclusief manlief – blijft liever nog éven liggen en komt alleen met luid geklaag onder de warme dekens vandaan. Ze kunnen ontzettend goed niksen, totdat het avondeten op is. Dán leven ze ineens op. Er wordt oneindig gespeeld, ze trekken van alles uit de kast en niet zelden worden er hele springconcoursen door de woonkamer georganiseerd. En dat alles bij voorkeur na 19 uur. Bedtijd levert elke dag discussie op. Oudste dochterlief blijft met gemak tot tienen wakker en ratelt zelfs vanuit haar bed nog hele verhalen tegen me aan. Haar zusje – die zichzelf geregeld al 18 jaar schat – is ook nooit moet om 20 uur en zou ook ‘met gemak later naar bed kunnen’. Gelukkig weten wij als ouders dat hoe harder ze roepen niet moe te zijn, hoe vermoeider ze juist zijn. In de vakantie is het feest voor deze avondliefhebbers. We laten het allemaal even los en kunnen iets rustiger door het avondprogramma heen. Ook een feest voor mij als moeder, want om het avondeten en toetje, de nodige douchebeurten en het bespelen van de instrumenten er nog even doorheen te jassen, is altijd wel aanpoten. Met uitschieters door de feestdagen was er van ons ritme al snel weinig over de afgelopen twee weken. Oudste dochterlief is echt een mega-uitslaper. Als baby – zij was de eerste en we konden alles aanpassen op haar ritme – legde ik haar altijd na de eerste fles nog weer terug in bed. Toen al sliep ze vaak tot 9 à 10 uur. En nu kan ze het nog wel bonter maken. Al snel hoorde ik haar ook rond elven nog rondspoken in haar kamer en moest ik haar ’s ochtends ook weer na tienen wakker maken. Eén weekje liet ik haar gaan en was het geregeld tegen elven dat mevrouw zich beneden meldde. Zelfs ons ochtendmeisje bleef steeds langer liggen en meldde zich niet vaak meer voor achten. Groot voordeel voor ons; ook wij hebben zelden zo heerlijk uitgeslapen als de afgelopen twee weken. Na de jaarwisseling, zei ik manlief, trekken we het wel weer recht. Ze zijn op Nieuwjaarsdag toch zo moe dat ze dan wel weer op tijd slapen en weer in het ritme stappen, hield ik mezelf voor. Niet dus. En ik had de moed niet het te veranderen. We hebben genoten. Genoten van elke avond met zijn allen tv kijken, uren bovenop elkaar liggen voor de kachel. Genoten van die slome ochtenden waarbij we te lang in dat warme bed bleven liggen en dan nog uren in de pyjama rondsjouwden. Maar helaas, aan alles komt een eind. Waar mijn wekker om 5 uur ging, moesten de dames er om 7 uur weer aan geloven. Met pijn in het hart ging ik de kamers bij langs. ‘Zo, dat is weer vroeg’, zei ons ochtendmeisje. ‘Ik blijf nog even liggen’, zei avondmens nummer één. ‘Nee’, was het enige wat oudste dochterlief uitbracht. Ze wennen er wel weer aan. Nou ik nog.



