Het Nationale Geheugen

Bij tijden voel ik me het nationale geheugen. Op kantoor werk ik met lijstjes van lijstjes. Op mijn tweede beeldscherm staat standaard een planning open of toont één van de vele documenten die ik bijhoud wat er precies in de kranten meegaat de komende week. Ik weet waar de fotograaf is, welke verhalen er gemaakt worden en wat er op onze sociale mediakanalen gaat. In mijn Remarkable - een soort digitaal notitieblok - staan weer andere lijsten. Ik heb er eentje getiteld ‘nood’ - de naam geeft al wel aan in welke staat ik deze heb aangemaakt. Als ik wekenlang geen heil zie in het wegwerken van zulke epistels, begin ik zonder pardon opnieuw. Vorige week maakte ik de weekplanning aan en sindsdien laat ik het ‘nood-document’ even links liggen. Wanneer het echt druk wordt, begin ik met gele post-its. Aan de hoeveelheid geel op mijn bureau kan je exact zien waar ik allemaal mee bezig ben in een week en of ik daar een beetje goed in zit. Geregeld pak ik al die losse blaadjes bij elkaar in mijn tas en verhuis ik alles richting de eettafel thuis, waar ik op de laptop verderga. En ja, ook thuis is er voor dit nationale geheugen zoveel om te onthouden. Op het aanrecht prijkt een weekschema dat ik trouw invul. Daarop in elk geval alle sporttijden van de dames en het rooster van oudste dochterlief. Zo weten we in één oogopslag of we haar al thuis hadden moeten zien. En, nog belangrijker, of we ‘s ochtends toch even moeten checken of haar wekker goed is afgegaan. Op dit lijstje staan ook altijd wat losse woorden van zaken die van belang zijn. Daarop met grote letters immer ‘DWEILEN’ (afgelopen week uiteindelijk weer niet gelukt) en aan dit schema hangt een los briefje - een gele post-it uiteraard - met daarop de hints voor oudste dochterlief: accu opladen, telefoon opladen en huissleutel niet vergeten. Sinds kort staat er bovenaan in zwarte letters BEUGELS. Voor de zomervakantie kregen onze dames allemaal hun beugel en het onhandige is: die kan eruit. Ze moeten officieel 12 uur per dag dat ding in hun mond hebben, wat de jongste twee redelijk lukt, maar mijn oudste dochter bepaald niet. Dit avondmens gaat over het algemeen niet heel vroeg slapen en maakt zeker geen nachten van 12 uur meer. Overdag uren maken is voor haar een stuk lastiger, aangezien ze - met toestemming van ons en de ortho overigens - dat onding niet op school draagt. Dat zou wel erg niet-cool zijn en dat gunnen we haar niet. Mooie tanden wel, dus elke keer als ik langs dat schema loop, denk ik: verrek, die beugel. ‘Wat moeten jullie toch zonder me’, verzucht ik vaak tegen niemand in het bijzonder. En ja, zoals dat dan werkt met het nationale geheugen, loop ik de martelgang naar de dichte slaapkamerdeur van de puber om toch maar wel te melden dat die beugel in moet.



