Allemaal op de fiets

Ik heb een nieuw offensief ingezet thuis: er moet meer gefietst worden. Wie al langer meeleest in mijn columns – onlangs tikte ik nummer 700 aan! – weet vast al dat ons huishouden niet heel fietsminded is. Oudste dochterlief heeft inmiddels een omslag gemaakt; zij fietst tegenwoordig 14 kilometer naar Groningen. Op de elektrische fiets, welteverstaan. Maar desondanks heeft ze een fietsconditie waar je u tegen zegt. Vorige week wilde ik niet dat ze in verband met de Rodermarkt in haar eentje door het bos zou fietsen, maar mijn idee om even mee te fietsen bleek echt ijdele hoop. Mevrouw zette aan en kwam vijf minuten eerder thuis dan haar zusje en ik. Een verbaasde manlief verzuchtte voor de zoveelste keer ‘weinig van ons huishouden te begrijpen’. Ook ik denk geregeld: laat maar. Met drie dames wordt er nogal veel gepraat en gediscussieerd in ons huis, dus geregeld is mijn motto: ‘het ene oor in, het andere uit’. Als ik niet oppas en thuis aan het werk ben, schrijf ik zomaar van die spraakwatervallen mee. Mocht u in deze column woorden als ‘slay’, ‘skeer’ of ‘cringe’ zien staan: die worden me hier om de oren geslagen. Maar goed, dat fietsen dus, had voor de jongste dames wel een voordeeltje dat veel goedmaakt. Ze hebben nu beiden een telefoon gekregen voor de momenten dat ze zonder ons onderweg zijn. Ik vind het belangrijk dat ze zelfstandig worden en soms is het ook wel praktisch om iets langer dan 14 uur op kantoor te kunnen zijn. De eigen telefoon is natuurlijk met blijdschap ontvangen, maar de deal is dat hij uitstaat tot ze uit school komen. Dan checken ze in bij mij met hun plannen en mag hij thuis weer op de lader. Op oma na mag er verder nog niet fanatiek geappt worden; social media is natuurlijk zeker niet de bedoeling. Zo alleen naar huis komen is vol uitdagingen. Groot voordeel voor onze dames: ze doen het samen. En waar de oudste van de twee jarenlang verkondigde niet met haar zusje te willen fietsen, wacht ze nu toch keurig als deze weer eens langer werk heeft. Afgelopen week kwamen ze een afzetting tegen die ze samen te lijf gingen. Terwijl ze elkaar door de sloot heen hielpen - met fiets en al, dus of dit de beste keus was, valt te bezien - kruiste hun pad dat van hun grote zus. Enthousiast bleven ze wachten, maar daar had hun zus geen boodschap aan. Die viel even later binnen bij mij thuis met de woorden ‘je kinderen stonden ook langs het fietspad’. Even later zaten ze alle drie weer aan tafel. Daar doen we het voor.



