Jan Nijenhuis probeert politiek wakker te schudden

‘Armoede is niet alleen een probleem van te weinig geld, maar ook van te weinig respect’
GROOTEGAST/WESTERKWARTIER – Grootegaster Jan Nijenhuis had zeven jaar geleden zijn zaakjes goed op orde. Na een beroerte was het leven hem minder goed gezind en belandde hij in een moeizame situatie. Afhankelijk zijn van anderen en proberen rond te komen met weinig geld is niet fijn. Nijenhuis is geschrokken hoe in een land als Nederland armoede nog een groot probleem is. ‘Ik zou mezelf makkelijk uit de armoede kunnen lichten als de maatschappij wat vriendelijker wordt’, vertelt hij. Op het gebied van het sociaal domein loopt hij bij de gemeente Westerkwartier continu tegen problemen aan. Daarom trok hij onlangs aan de bel bij de politieke partijen. ‘Jullie beslissen over de kwaliteit van mijn leven. Maar er wordt niet met armen gepraat, maar óver.’
Het verhaal van Nijenhuis is er eentje om even bij stil te staan. Want nog maar zeven jaar geleden runde hij een groot zorgbedrijf en had hij het goed. Als hij vertelt hoe hij zich inzette voor autistische kinderen, gaan zijn ogen nog altijd stralen. Een beroep waar hij met plezier door had willen gaan tot hij te oud werd. Maar het lot besliste anders. Hij kreeg een beroerte en werd niet meer de oude en na een moeizame scheiding stond hij zo goed als met lege handen. ‘Ik ben ervan geschrokken dat dit in Nederland gebeurt’, vertelt hij. ‘Je kunt zo snel in een kwetsbare situatie terecht komen.’
Voor veel zaken is hij afhankelijk van de hulp van anderen. En dat is lastig. ‘Ik moet zo vaak ‘dankjewel’ zeggen’, vertelt hij. Wat doet dat met de eigenwaarde van mensen? Armoede is niet alleen een probleem van te weinig geld’, stelt hij, ‘maar ook van te weinig respect. Ik zou mezelf makkelijk uit de armoede kunnen lichten, als de maatschappij wat vriendelijker is. Het zelfvertrouwen wordt volledig afgebroken, wat doet dit met mensen? Er wordt heel veel over arme mensen gepraat, maar niet mét.’
Omdat hij niet meer de oude werd na zijn beroerte heeft Nijenhuis veel met de gemeente omtrent het sociaal domein te maken. En dit loopt voor geen meter, stelt hij. Hij vindt dat zo zorgelijk dat hij in de laatste raadsoverleg van de gemeenteraad het woord nam: ‘Dit gaat niet goed’, viel hij met de deur in huis. ‘En ik zit met de gebakken peren. En met mij vele anderen.’ Thuis in Grootegast zucht hij nog eens diep. ‘Er zijn zoveel mensen die met het sociaal domein te maken hebben en dat dingen niet goed geregeld zijn, vind ik heel zorgelijk.’ Het noodzaakte Nijenhuis op te staan. ‘En dat zijn ze niet gewend, dat iemand uit de doelgroep opstaat en kritisch is. Het is zo moeilijk als je niet gehoord wordt’, zegt hij somber.
Over zijn ervaringen in het sociaal domein kan hij een boek schrijven. Over die keer dat degene die zijn situatie moest beoordelen een half uur te vroeg kwam en er geen respect voor op kon brengen dat dit voor Nijenhuis lastig is. Over het feit dat er blijkbaar al veel meer geklaagd was over deze beoordeling en dat dus niks opleverde. Over hoe zeven mensen in twee jaar tijd met zijn situatie bezig zijn, maar het hem niet lukte zijn kapotte speciale computer – ‘mijn reddingslijn naar de wereld want ik kan niet meer lezen en schrijven’ – vervangen te krijgen. ‘Als ik opsta, heb ik al met de gemeente te maken’, benadrukt Nijenhuis, ‘want ik heb niet het goede bed gekregen om makkelijk op te kunnen staan. Dit zou allemaal goed geregeld moeten zijn, maar dat is het niet. Zodra je in een situatie als die van mij belandt, wordt je anders bejegend’, vertelt hij. ‘Ze moeten ons serieus nemen, maar het respect is er niet altijd. Vroeger werd ik op het gemeentehuis onthaald met een kopje koffie en mocht ik plaatsnemen achter een tafel. Nu staat er een camera op me gericht en zit ik in een hokje, want ik zou wel eens agressief kunnen worden. Maar niemand vraagt zich af waarom? Pure wanhoop. Ik heb ook wel eens gedacht: ik pak de auto en rij zo door die pui naar binnen. Maar ik begrijp ook wel dat ik dat niet moet doen.’
Nijenhuis stond op en heeft ook echt wat bereikt: er wordt binnenkort met de nieuwe gemeenteraad een extra raadsvergadering ingelast waarbij alleen dit onderwerp op de agenda staat. ‘Geen enkele politieke partij heeft het over de zwakkeren in de samenleving. Nu zijn ze gedwongen hierover te spreken met elkaar. Daar ben ik wel tevreden mee, met dat resultaat’, vertelt hij. ‘Ik zal er zeker zijn en ik neem een stuk of 40 mensen mee. Want ik hoor nogal eens: meneer Nijenhuis, ja, dat is een individu. Maar het gaat niet alleen om mijn situatie. Ik ben echt niet de enige die hier tegenaan loopt. Iedereen kan hiermee te maken krijgen, maar niet iedereen is zo mondig als ik. De wethouder vroeg mij: wat kan ik aan úw situatie doen? Maar als het systeem goed is, hoeven ze niks voor míj te doen. Weet je, ik heb zelf nog meegewerkt aan de overgang van het sociaal domein naar de gemeenten in een adviserende rol. Voor mijn gevoel staat het Westerkwartier nu op een punt waar slechte gemeenten starten. De uitwerking is catastrofaal. Een gemiste kans, noem ik dat.’
Nijenhuis probeert reëel te zijn. ‘Ik weet heus ook dat er ontzettend veel bezuinigd is. Maar ik bespaar de maatschappij 40.000 euro per jaar door niet in een tehuis te kruipen. Mag ik daar wat van terugzien?’ Hij hoopt dat er meer oog komt voor het individu. ‘Er moet meer oog komen voor de situatie van een persoon. Beslissingen moeten meer op individueel niveau worden genomen. En de klachtenprocedure moet beter en simpeler.’ Ondanks alles probeert Nijenhuis er het beste van te maken. ‘Ik zie echt wel dat mensen me willen helpen. Maar ik moet zo vaak dankjewel zeggen. Ik zou misschien wel liever 5 cent per product betalen bij de Voedselbank. Eén voordeel van minder geld: ik ben nu veel blijer met wat ik heb. Ik sta veel bewuster in het leven. Het is niet allemaal treurnis. Maar ik red me dan ook wel. Nu met die hoge gasprijzen, kruip ik ’s avonds wel onder mijn dekentje. Maar daar aan de overkant, woont iemand, die heeft niet eens dat dekentje. Ik maak me veel zorgen om de mensen hier. Daarom heb ik ook tegen de wethouder gezegd: kom maar eens langs hier in de ghetto van Grootegast.’