Het goede gesprek tussen boer en politiek: Werkgroep Wenakker wil door

Afbeelding
Foto: Meike Halbesma
Gemeente Westerkwartier

WESTERKWARTIER - Hoe overbrug je de kloof tussen de agrarische sector en de lokale politiek in tijden van stikstof- en mestcrises? In de gemeente Westerkwartier vonden ze een antwoord in de werkgroep Wenakker. Wat begon als een reactie op de felle boerenprotesten, is inmiddels uitgegroeid tot een uniek dialoogplatform. Nu de nieuwe raadsperiode is aangebroken, ligt er een voorstel om de werkgroep te verlengen én te verbreden. Raadslid Klaas-Wybo van der Hoek en akkerbouwer Hilko Bos blikken terug op het succes en kijken vooruit.

Dat de politiek in het Westerkwartier juist deze brug wil slaan, is goed te verklaren: de landbouw is van enorm belang voor de regio. Volgens recente cijfers van het CBS (2025) telt de gemeente zo’n 550 land- en tuinbouwbedrijven. Het leeuwendeel hiervan, ongeveer 470, bestaat uit veeteeltbedrijven, aangevuld met zo’n 60 akkerbouwbedrijven. Inclusief alle toeleverende, dienstverlenende en verwerkende bedrijven biedt de landbouwsector zo’n 1600 banen. Dit komt neer op 7,4% van de totale werkgelegenheid in de gemeente, wat aanzienlijk hoger ligt dan het landelijk gemiddelde van 2,2%.

“De werkgroep is ontstaan in de tijd van de boerenprotesten, er was toen ook in het Westerkwartier veel protest,” vertelt raadslid en Wenakker-voorzitter Klaas-Wybo van der Hoek. “Als raad stonden we voor de uitdaging: wat kunnen wij doen, hoe gaan we hiermee om? We wilden de brede frustratie en teleurstelling in de samenleving ombuigen naar iets positiefs.”

Dat positieve werd de werkgroep Wenakker. Een gelijkwaardig overlegorgaan bestaande uit negen raadsleden (één persoon per partij) en negen mensen uit de agrarische sector. Een van die agrarische leden is Hilko Bos, een akkerbouwer uit Saaksum. Samen met zijn broer en ouders teelt hij onder andere pootaardappelen, granen, uien en bieten, en doet hij aan randen- en natuurbeheer. Hij nam zelf niet deel aan de protesten, maar sloot zich wel na een bijeenkomst aan bij de werkgroep.

Hoewel een gemeente weinig directe invloed heeft op het landbouwbeleid, is de indirecte invloed via de ruimtelijke ordening groot. In plaats van een klassieke, gortdroge beleidsnota te produceren, koos de werkgroep voor een vernieuwende aanpak met een Landbouwagenda en een visuele mindmap.

De echte winst zit echter niet in het papierwerk, maar in de menselijke connectie. Vergaderingen beginnen steevast met een rondje over hoe het gaat op de boerderij. Van der Hoek ziet daar de meerwaarde van in: “Dan vertellen de agrariërs hoe het gewas erbij staat, hoe de melkopbrengst is en waar de knelpunten zitten. Is er droogte, of juist te veel regen? Het helpt enorm; raadsleden die wat verder van de sector afstaan, krijgen zo veel meer gevoel voor wat er dagelijks op die bedrijven gebeurt.”

Voor Hilko Bos gaat dit proces verder dan alleen het kweken van begrip; het draait om feitelijke kennis. Beslissingsbevoegden moeten simpelweg goed geïnformeerd zijn over de realiteit op het boerenerf.

“Ik vind het belangrijk dat mensen die beslissingen nemen, goed geïnformeerd zijn over wat er speelt in de sector,” legt Bos uit. “Dat doen we tijdens overleggen op het gemeentehuis, maar ook via structurele excursies. Dat we niet alleen achter de tafel zitten, maar ook af en toe met de voeten in de klei staan.”

Het grootste succes van de werkgroep is misschien wel het wegnemen van onbegrip. Gemeenteraden hebben eigen procedures, terwijl de agrarische sector een eigen manier van kijken, praten en meten heeft. Door het structurele overleg komen deze werelden samen.

Ook bij lastige dossiers, zoals de problematiek rondom PAS-melders, blijkt de werkgroep nuttig. Hoewel de gemeente daar lokaal niets aan kan veranderen, kan zij wel meedenken en signalen afgeven richting Den Haag. Voor Bos is het cruciaal dat lokaal beleid in overleg tot stand komt.

“Er worden soms maatregelen over je uitgestort waarvan je denkt: ik voer ze met tegenzin uit en het levert weinig op voor de omgeving, terwijl je soms andere ideeën hebt die je makkelijker kunt implementeren en die daar meer opleveren,” aldus Bos. “We moeten dingen doen die nut hebben en waar draagvlak voor is. Ik denk dat je elkaar daar in zo’n werkgroep in kan vinden.”

Woensdag 27 mei kwam het voorstel om de werkgroep door te zetten in de gemeenteraad. Het werk is nog niet af, zeker niet met de aanhoudende discussies over de inrichting van de schaarse ruimte in het buitengebied. Bos hoopt persoonlijk dat er in de komende vier jaar vooral ruimte blijft voor agrarisch ondernemerschap, in goede harmonie met de buren en de omgeving.

Om dat te bereiken wil de werkgroep zich inhoudelijk verbreden. Nu praten er vooral melkveehouders en een akkerbouwer mee, maar het doel is om ook andere deelsectoren, zoals de pluimveehouderij, aan tafel te krijgen. Om de drempel te verlagen, mogen de agrarische leden in het vervolg een externe collega meenemen naar de bijeenkomsten.

Volgens Van der Hoek vergt deze manier van samenwerken wel een specifieke houding van de politiek:

“Het vraagt om vertragen. Niet direct klaarstaan met een felle mening, maar eerst luisteren om te begrijpen wat het knelpunt is. Als je dat doet, blijken de tegenstellingen in de praktijk vaak beter overbrugbaar dan we vooraf denken.”

UIT DE KRANT