Roelf Postma stopt met muziek en stapt op de bus

Afbeelding
Foto: Jan Medema
actueel

GRIJPSKERK – Jarenlang was Roelf Postma bevlogen in de muziekwereld. Nu is hij 55 jaar en gaat verder als buschauffeur. ‘Ik wil de jonge mensen niet in de weg staan, ik heb genoeg mogen doen,’ aldus Postma. Vier dagen in de week gaat hij rijden voor QBuzz. Maar echt afscheid nemen van de muziek? ‘Dat nooit, dat is onmogelijk.’

Goedlachs, enthousiast en joviaal. Menigeen zal de Grijpskerker met deze woorden aanduiden. Ruim 27 jaar lang gaf hij drumles en componeerde muziek voor lokale theaterproducties. ‘Ik heb vaak genoeg mensen gezien, waarbij ik mijn twijfels had of ze wel zolang moesten doorgaan in de muziekwereld. Daar wil ik geen onderdeel van worden en wil dit voor zijn,’ vertelt Postma. Daarom kwam zijn mededeling ook aardig onverwachts, want niemand twijfelt, althans voor zover bekend, aan zijn kunnen. Een échte Westerkwartierder, zo voelt hij zich. Geboren en getogen. Zijn leven is niet altijd kleurrijk geweest, en dit heeft min of meer meegewogen in zijn rigoureuze besluit. De muziek sleepte hem er doorheen, zijn leerlingen trouwens ook. ‘In 2013 kreeg ik een beroerte. Ik kwam terecht in een revalidatietraject. Dat was pittig, maar ik werd goed ondersteund en kwam redelijk op niveau.’ 

Jonge jaren

Postma groeide op in Grijpskerk. In zijn tienerjaren speelde hij in de plaatselijke drumband en kreeg daar zijn eerste lessen en vormde enkele bandjes. Onder andere met zijn neef Piet Buist en schoolkameraad Erik Zijlstra, nu drummer van Switch. Gitaarles kreeg hij van dorpsgenoot Gert Sennema, die inmiddels een straat achter hem woont. Kinderen iets leren, dat leek Postma ook wel wat. ‘Ik begon met de lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs. Leraar Nederlands-Duits. Daar gaf ik snel de brui aan, ik wilde verder in de muziek.’ Begin twintig was Postma, toen hij slagwerk/pauken klassiek ging studeren aan het conservatorium te Groningen. Daarna haalde hij zijn staatsexamen docent pauken/slagwerk en vervolgde zijn studie in Leipzig. ‘Daar kwam dat Duits toch nog goed van pas. Ik weet nog dat we een repetitie met het Gewandhaus Orchester hadden onder leiding van Herbert Blomstedt, toenmalig chef-dirigent. Dat wilde ik dolgraag laten weten aan mijn vrouw, toen nog vriendin. Maar ze nam niet op. Toen belde ik naar pa en moe. ‘’Joe roaden nooit van wel ik les heb. Blomstedt!’’ Mijn pa begreep er niets van: ‘’Die scheuvelloper?’’ Reageerde hij enigszins verbaasd. Dat vergeet ik nooit weer!’ Vertelt Postma lachend en relativerend. Ook mocht hij werken voor Joop van den Ende, zoals de musical Mamma Mia!, maar zijn langste tijd zat hij uit in het Westerkwartier. ‘In 1997 ging ik aan de slag als docent slagwerk. In verschillende ruimtes heb ik plaatsgenomen. Ik ken nog veel van mijn oud-leerlingen.’ 

Kaalslag

Rampjaren voor Postma en zijn collega’s kwamen vanaf 2008. ‘Toen werd alles geprivatiseerd, de grootste culturele kaalslag ooit. Door landelijk politiek wanbeleid werkten we niet meer onder een baas, maar werd iedereen een zelfstandig ‘cultureel ondernemer’. Dat betekende simpelweg: geen werk, geen inkomen.’ Nu kan hij er om lachen, maar het plezier in het werk werd er niet beter op. ‘Ik moet wel duidelijk benoemen dat de gemeente Westerkwartier er alles aan doet om de culturele sector overeind te houden. Daar ben ik ze zeer dankbaar voor. Ik heb genoeg gemeentes zien aftakelen, daar is nog nauwelijks iets van cultuur te ontdekken en hebben helaas alle buitenschoolse cultuurlessen moeten wegbezuinigen.’

Opleving

In 2021 werd door de gemeente Westerkwartier, op initiatief van toenmalig wethouder van cultuur Hielke Westra, ook oud-Grijpskerker en klasgenoot van Postma, ‘Het Kunstkwartier’ opgezet. De verschillende culturele ondernemers werden onder één paraplu gezet, de expertises werden gebundeld. De hereniging van de kunstinstellingen en muziekscholen Kunstbedrijven Westerkwartier en Stichting Muziekonderwijs Grootegast. ‘Toen leefde het weer. We stonden er niet meer alleen voor. En dat is de kracht van deze geweldige streek.’ de tijden veranderen en ook dat pakt niet altijd positief uit, hebben zijn collega’s en hij ondervonden. ‘Vroeger leefde de culturele sector veel meer. Muziekonderwijs was belangrijk en verenigingen groeiden. Iedereen kende wel iemand in de straat die op muziekles zat. Tegenwoordig willen de ouders kinderen alleen maar bezighouden. En dan bedoel ik niet alle ouders. Maar te vaak wordt een kind naar muziekles gebracht, zonder dat ze weten dat ze een commitment aangaan. Je investeert in een docent die er goed voor geleerd heeft, maar ook in een instrument, een hobby wat niet in één keer bespeeld kan worden. Mensen hebben vandaag de dag dat geduld niet meer. Lukt het niet? Dan stoppen ze ermee en kiezen ze iets makkelijks en het liefst zo goedkoop mogelijk. En dat begrijp ik ten dele, maar al doende leert men en alleen met de juiste mensen. De mooiste dingen hebben tijd nodig.’ 

Afscheid

Dat verenigingen zo goed floreren is niet meer vanzelfsprekend, velen gaan ten onder. Niet alleen door een gebrek aan leden, maar ook een gebrek aan vrijwilligers. ‘En dan kan ik makkelijk toekijken vanuit de lijnbus hoe alles instort, maar dat zou laf zijn! Vandaar mijn hoop en oproep dat wij van harte, de hele gemeenschap én de overheid, de schouders eronder zetten. Muziek/kunstonderwijs weer gaan waarderen, genieten van de mooie dingen en daarin willen investeren. Niet alleen met geld, maar ook met tijd. Anders wordt het weer zo’n elitehobby. Voor de rijken.’ Op woensdag 17 juli hield Postma zijn laatste concert. In Niehove genoot hij voor de laatste keer, samen met zijn Kunstkwartier, van de vele leerlingen die de coöperatieve vereniging inmiddels rijk is. Afscheid nemen zal hij nooit. ‘Ik ben er echt aan verknocht en aan mien Westerkwartier. En ze weten mij altijd te vinden. Maar het is goed zo. Ik geniet van deze nieuwe uitdaging. Pietertje en Caroline kinnen mij direct wel bellen veur een busritje deur de noordelijke provincies. Loat ik ze direct eem zien, woar overal de culturele koalslag aal ploatsvonden het.’

UIT DE KRANT