‘Als je het land zou moeten verdedigen, ben je daar dan toe bereid?’ Oorlogsveteraan Jan Willem Waitz zet zich in voor mede-veteranen

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
actueel

LEEK - Veteranen hebben ons land gediend in verschillende oorlogen, bij gewapende conflicten en vredesmissies over de hele wereld. Nederland heeft sinds 1940 ruim 675.000 militairen ingezet tijdens drie oorlogen en ruim honderd vredesmissies. Vaak met gevaar voor eigen leven hebben zij een bijdrage geleverd aan de vrijheid en veiligheid van veel mensen. In het Westerkwartier wonen rond de honderd veteranen. Jan Willem Waitz is een van hen. In 1983 werd hij uitgezonden naar Libanon om de bevolking daar te beschermen. ‘Vrede is niet altijd gratis’, begint Waitz. ‘We mogen blij zijn dat we hier in vrijheid en veiligheid mogen leven.’

Als dienstplichtige besluit de achttienjarige Waitz zich op te geven voor het Korps Commandotroepen. Uiteindelijk wordt hij uitgezonden naar Libanon, voor de UNIFIL-missie. ‘Ik dacht vaak: ‘wat maak ik mee?’ Vooral omdat ik van het rustige Nederland in Libanon in een heel andere cultuur terecht kwam’, blikt hij terug. ‘Ons mandaat was om te verdedigen, maar alleen te schieten wanneer er geschoten werd. Zo probeerden we de bevolking daar te beschermen. Het grootste doel was om het gebied te ontwapenen, maar er waren veel strijdende partijen die allerlei wapens naar binnen smokkelden. Zo waren er periodes dat we bijvoorbeeld niet wisten dat er ergens achter een huis wapens verstopt lagen.’

In Libanon heeft Waitz heftige dingen meegemaakt. ‘Er zijn collega’s gegijzeld door de verschillende partijen. Er is ook een collega die is overleden waar ik bij was. Jan Hendrik Hoiting was op dat moment 18 jaar. ‘Op dat soort momenten realiseer je je pas echt dat vrijheid niet gratis is.’ Waitz zwaait in oktober van ‘83 af. Hoewel hij terug is in de veiligheid en vrijheid van Nederland, blijft er toch iets knagen. ‘Toen ik mijn leven als burger moest gaan vervolgen, miste ik het bestaan als militair. Die kameraadschap die je daar hebt met elkaar, vind je nergens anders. Je werkt zo intensief samen, als dat ineens weg is, voelt dat als een gemis.’ Na drie weken besluit hij daarom zijn spullen te pakken en naar Israël te vertrekken. Uiteindelijk komt Waitz na een aantal jaren in verschillende landen te hebben gewoond, weer terug naar Nederland. Daar krijgt hij, dertig jaar na zijn uitzending, een Veteranenpas in de brievenbus. ‘Ik had nooit iets gedaan met het feit dat ik veteraan was’, begint hij. ‘Ik vond dat ik er geen recht op had. Daarnaast wilde ik niet dat werkgevers mij zouden zien als veteraan. Straks zouden ze denken dat ik gek was omdat ik had gediend. Ik heb daarom ook nooit een draaginsigne gewild.’ Als Waitz op een gegeven moment hoort over een geplande Libanon-reünie, besluit hij na veel twijfels, toch heen te gaan. Daar ontmoet hij andere veteranen. ‘Het hakt er echt even in op zo’n moment’, legt de veteraan uit. ‘Alles komt weer terug.’ Vanaf dat punt zet Waitz zich in voor anderen veteranen. Bijvoorbeeld voor collega Jan Hendrik Hoiting. ‘We hebben er onder andere voor gezorgd dat hij een Medal of the Wounded heeft ontvangen’, vertelt hij met een glimlach. ‘Dat is een mooie erkenning.’

Waitz is ook een radioprogramma gestart over veteranen. Op RTV Zulte is hij te horen tijdens het programma ‘60 minutes’ ‘In het programma interview ik bijvoorbeeld ouders die hun zoon zijn verloren tijdens een oorlogsmissie of spreek ik deskundigen over een militaire begraafplaats’, legt Waitz uit. ‘De onderwerpen zijn heel divers, maar het heeft allemaal met vrede en veiligheid te maken.’ Ook is de veteraan uit Leek druk als bestuurslid in het Veteranen Comité Westerkwartier. ‘En dat wil ik blijven doen, zolang als ik dat nog kan’, zegt hij. Op zaterdag 6 juli organiseert de gemeente Westerkwartier samen met Veteranencomité Westerkwartier de regionale Veteranendag op VEV’67 De Knip in Leek. Burgemeester Ard van der Tuuk verzorgt de opening van de dag. ‘We proberen juist jongere veteranen te bereiken’, begint Waitz. ‘Dat is de groep die je nu nog niet veel ziet. Zelf had ik er ook moeite mee om als achttienjarige weer terug te keren naar het ‘normale leven’. Je moet zoiets niet in je eentje willen verwerken. Je moet erover kunnen praten. Dat kan met een psycholoog, maar soms kan het ook helpen om met andere veteranen te praten over de gebeurtenissen. Het kan helpen het een plekje te geven.’ Daarnaast is het belangrijk dat iedereen blijft stilstaan dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, vindt de veteraan. ‘We moeten blijven herdenken. Daarnaast denk ik ook dat het een moment is om stil te staan bij het feit dat we meer naar elkaar om kunnen kijken. Soms is het nodig om jezelf af te vragen: ‘als je het land zou moeten verdedigen, ben je daar dan toe bereid? Ik in ieder geval wel’, besluit hij. 

UIT DE KRANT