Voetbaltrainer Ron de Boer aan de slag in de vierde divisie

Afbeelding
Sport

GRIJPSKERK - Kort voor het einde van het competities in het amateurvoetbal was er nog sprake van een opmerkelijke trainerstransfer. De in Grijpskerk woonachtige Ron de Boer (58), die mondeling met de v.v. Zuidhorn was overeengekomen om ook het seizoen 2025-2026 bij de derdeklasser aan het roer te staan, wisselde daarna toch nog van club. De Boer werd benaderd door PKC ’83 uit de stad Groningen. Deze club werd kampioen in de eerste klasse H en komt volgend seizoen uit in de landelijke 4e divisie. Het siert de v.v. Zuidhorn dat Ron deze stap werd gegund en die club alsnog op zoek ging naar een andere trainer. Ron is al 25 seizoenen trainer en de aanstelling bij het ambitieuze PKC ’83 kan worden gezien als een bewijs van zijn grote staat van dienst binnen het noordelijk amateurvoetbal. De Streekkrant zocht Ron thuis op en had aan de keukentafel een gesprek met hem over de achtergronden en verwachtingen ten aanzien van zijn toch wel opmerkelijke carrièrestap.

‘Laat ik beginnen met te stellen dat ik het niet leuk vond om bij Zuidhorn kenbaar te maken, dat ik graag van een langer verblijf bij die club af wilde zien om trainer bij PKC ’83 te kunnen worden. We hebben daarover goede gesprekken met elkaar gevoerd en ik heb meegedacht over een nieuwe trainer voor Zuidhorn. In de persoon van Leon Balkema is er in mijn overtuiging een waardige opvolger gevonden. Toen ik door PKC ’83 werd benaderd, stelde ik mij op het standpunt dat een gesprek aangaan nooit kwaad kan. De ambitie die de club daarbij kenbaar maakte, sprak mij zeer aan. Bij een aantal clubs heb ik al eens in de top van de 1e klasse mogen werken en nu de kans zich voordeed om daadwerkelijk nog eens trainer op landelijk niveau te worden, wilde ik die uitdaging uiteraard graag aangaan. PKC ’83 en ik bleken al snel op één lijn te zitten. Dat is ook een kwestie van gevoel. Ik heb daar bij al mijn eerdere clubs ook op mede op genavigeerd’.

Tijdens zijn actieve voetbalcarrière speelde Ron meerdere seizoenen in de hoofdmacht van VIBOA in Winsum. De laatste seizoenen speelde hij voor v.v. Grijpskerk, waar hij al zes jaar woonde toen hij die overstap maakte. Over zijn stap naar het trainersvak vertelt Ron als volgt: ‘Ik begon bij de jeugd om te kunnen ervaren of het trainersvak wat voor mij zou kunnen zijn. Dat bleek al snel het geval en ik wist ook al snel dat ik trainer bij de senioren wilde worden. Dat werd ik eerst bij Grijpskerk en vervolgens Oostergo. Ik heb bij Oostergo de kans gekregen om met een prima selectie me in het vak te bekwamen en daar ben ik die club nog altijd dankbaar voor’. Na Oostergo volgden voor Ron gerenommeerde clubs als Be Quick Dokkum, VEV ’67, VIBOA, Broekster Boys, Kollum en Zuidhorn. Ron promoveerde een aantal keren, waarbij vooral de promotie met VEV ’67 naar de 1e klasse als één van de hoogtepunten geldt. Gedurende zijn trainerscarrière behaalde Ron de licenties TC-3, TC-2 en TC-1. Die laatste licentie geeft de bevoegdheid om tot en met het niveau van assistent-trainer in het betaald voetbal actief te zijn. Ron maakte gedurende een kwart eeuw als trainer alle ontwikkelingen in het (noordelijk) amateurvoetbal mee. Hij stelt daarover het volgende: ’Het voetbal is sneller geworden, waarbij er ook meer aandacht is gekomen voor de fitheid van spelers. Er is daarnaast sprake van een steeds verdere verschuiving van het zondag- naar het zaterdagvoetbal. Door de versterkte promotie-/ degradatieregeling in de laatste seizoenen zijn de krachtsverhoudingen dichter bij elkaar komen te liggen. Een aantal grote en sterke verenigingen degradeerden naar een lagere klasse en die hebben nu moeite om weer promotie te bewerkstelligen. Be Quick Dokkum, Kollum en Zuidhorn zijn daar voorbeelden van. Ik vind dit clubs, welke qua potentie minstens in de 2e klasse thuishoren.

Terug naar het trainersvak en PKC ’83. Ron schat de mogelijkheden van PKC ’83 in de 4e divisie als volgt in: ‘Het niveau om weg te blijven van de degradatieplaatsen is zeker aanwezig. Dat leid ik vooral ook af uit de trainingen. Omdat de competitie een maand eerder start dan het lagere amateurvoetbal, zijn we al met de voorbereiding op het nieuwe seizoen begonnen. Ik heb een fantastische groep om mee te werken. De selectie bestaat uit 21 spelers en 2 keepers. Daarvan kun je er maar 16 laten spelen. Er wordt momenteel aan gewerkt om een tweede elftal op te richten, zodat iedereen wekelijks een wedstrijd kan spelen. PKC ’83 heeft weinig leden en geen jeugdafdeling. De club is aantrekkelijk gebleken voor spelers die een hoger niveau nastreven en aankunnen. Dat gaat gepaard met contracten en betalingen en dat gebeurt ook al bij clubs in de eerste klasse. Ik bemoei me als trainer niet met dat soort zaken. Wel ben ik betrokken geweest met de samenstelling van de huidige selectie van PKC ’83. Het is belangrijk om een evenwichtige selectie samen te stellen en dat maakt dat er niet voor iedereen die zich meldde plaats was. Ik streef altijd binnen de mogelijkheden een bepaalde spelstijl na en doe daar zo weinig mogelijk concessies aan. Ik ben daarnaast vooral een mensen-mens. Ik kan als trainer in een groep staan en ook erboven. Verder toon ik interesse in wat mijn spelers buiten het voetbal om doen en meemaken. In Hiwa Baranie heb ik een uitstekende assistent-trainer. We zullen in de 4e divisie moeten presteren en overleven. We gaan er alles aan doen om dat ook daadwerkelijk voor elkaar te krijgen.

Ron realiseert zich dat zijn aanstelling bij PKC ‘83 in groot contrast staat met wat hij in zijn laatste seizoen bij v.v. Kollum meemaakte. Hij werd daarin getroffen door een aneurysma en balanceerde op de rand van leven en dood. Na een voorspoedig verlopen herstelperiode kon hij de draad weer oppakken en is hem nu een fantastische uitdaging gegund. Hoewel de focus daarbij volledig op PKC ’83 ligt, komt Ron toch nog even terug op de v.v. Zuidhorn: ‘Ik vind dat we het afgelopen seizoen te laag zijn geëindigd. Er is het afgelopen seizoen wel iets ingezet en het lag in de bedoeling om het volgende seizoen te proberen om te gaan oogsten. Dat is de club ook meer dan gegund. Om geen grijze muis in het amateurvoetbal te zijn is het zaak om een visie vast te stellen, doelstellingen te formuleren en structuur aan te brengen. En vervolgens moet dat gefaciliteerd worden om succesvol te zijn. Dat besef is er in Zuidhorn en ik blijf de club, net als al mijn eerdere clubs daarin volgen. Over mijn eigen toekomst als trainer heb ik geen vastomlijnde verwachtingen. Ik kom nu in een heel ander netwerk terecht dan waarin ik zat. Wat me dat eventueel gaat brengen, wacht ik af’. Veelbetekenend voegt Ron daar tot slot aan toe: ‘Maar zeg nooit nooit’.

UIT DE KRANT