Het nieuwe vaarseizoen van De Reitdiepveer is weer begonnen, de Ongenode Gast gaat mee

Aduarderzijl – Op 1 april was het weer zover: het Reitdiepveer vaart opnieuw tussen Aduarderzijl en Schaphalsterzijl. De veerdienst vormt een belangrijke verbinding tussen het Middag-Humsterland en het Hogeland. Per overtocht kunnen maximaal twaalf passagiers mee. Op de eerste vaardag van het seizoen vaart De Ongenode Gast een middag mee.
Via smalle, kronkelige wegen bereikt De Ongenode Gast de jachthaven van Aduarderzijl. Het is een rustige, zonnige dag; de temperatuur is aangenaam en er staat weinig wind. Ideaal weer voor een tocht over het Reitdiep. Bij aankomst is het nog stil op de steiger. In de verte loopt een man met een opvallend object in zijn handen: een zelfgemaakte klok. Het blijkt Jan Johannes Dijkstra te zijn.
“Ik heb deze klok zelf gemaakt in 2014, toen het Reitdiepveer net begon,” vertelt hij trots. De klok is bedoeld voor bij de aanlegplaats, maar er ontbreekt nog een onderdeel. “Ik woon hier vlakbij, dus ik haal het even op,” zegt hij, waarna hij weer vertrekt. Niet veel later verschijnt het Reitdiepveer aan de horizon. De boot legt aan en drie passagiers stappen uit. Zodra de steiger vrij is, wordt De Ongenode Gast verwelkomd door schipper Jaap Riedel. Hij is een van de vijftig vrijwilligers die het veer draaiende houden. “Welkom aan boord,” zegt hij vriendelijk. Samen met Ingrid en Wies, die ook als vrijwilliger werken zorgt hij deze middag voor de overtocht.
Vlak voor vertrek komt Jan terug, dit keer met een tweede klok die bij de aanlegplaats in Schaphalsterzijl moet worden opgehangen. Terwijl hij aan boord stapt, maakt Jaap een grap: “Hij is hier de uitvinder van het wiel. Dankzij dat systeem kunnen we makkelijker manoeuvreren.” De sfeer is direct ontspannen en gemoedelijk. Precies om één uur vertrekt de boot. De Ongenode Gast mag plaatsnemen in de stuurhut, waar Jaap het schip bestuurt. Onderweg vertelt hij dat er die ochtend al vaste passagiers aan boord waren. “We kennen sommigen al jaren. Het zijn echt bekenden geworden, bijna vrienden,” zegt hij. Ook zijn er al meerdere seizoenskaarten verkocht. Het nieuwe seizoen begint dus goed.
Jaap zelf is al jarenlang betrokken bij het veer. “In 2013 ging ik met pensioen en sinds 2014 vaar ik hier als vrijwilliger. Ik heb sindsdien eigenlijk niet stilgezeten,” vertelt hij. “Ik ben hier drie dagen per week, meestal halve dagen. Het is gewoon heerlijk om op het water te zijn. Het geeft rust, zelfs als je steeds dezelfde route vaart.”
De overtocht duurt ongeveer twintig minuten. Ondertussen glijdt het landschap rustig voorbij: uitgestrekte weilanden. Al snel komt de aanlegplaats van Schaphalsterzijl in zicht. Er staan geen nieuwe passagiers te wachten, waardoor er even tijd is voor andere werkzaamheden. Jan en Wies gaan aan de slag met het ophangen van de klok. Ondertussen roept Jaap De Ongenode Gast erbij. Hij laat een nummertjesbord zien, vergelijkbaar met systemen bij bijvoorbeeld een dokterspraktijk. “We mogen maximaal twaalf mensen meenemen, dat is voor de veiligheid,” legt hij uit. “In de zomer kan het hier druk worden. Soms moeten mensen wel een uur wachten voordat ze mee kunnen. Daarom moeten ze dan een nummertje trekken om alles eerlijk te houden.”
Omdat het rustig is, wordt besloten om een oefening te doen. Wies is nog nieuw en moet leren hoe ze de boot moet manoeuvreren, vooral bij lastige omstandigheden zoals harde wind. Ingrid stelt voor om het meteen te oefenen. Jaap stemt in en begeleidt de manoeuvre. Na de korte pauze is het tijd om terug te varen naar Aduarderzijl. De motor wordt gestart en de boot draait deze keer op een andere manier om. “We oefenen dit soort dingen juist als het rustig is,” legt Jaap uit. Met hulp van Ingrid en Wies wordt de boot vakkundig gedraaid en zet hij koers terug.
Halverwege de terugtocht laat Jaap zien dat de boot ook elektrisch kan varen. Zodra hij overschakelt, verandert het geluid direct: het wordt opvallend stil aan boord. Het contrast met de reguliere motor is groot en maakt indruk. Niet veel later komt Ingrid lachend de stuurhut binnen. “Heb je al wat opgevis?” vraagt ze aan Jan, die zichtbaar moet lachen om de opmerking. De ontspannen sfeer aan boord wordt onderbroken door een bijzonder verhaal. Ingrid vertelt dat ze ooit langs de oever een zak aantroffen met daarin een hertenkop. “Dat verwacht je hier niet,” zegt ze. “We hebben toen meteen de politie gebeld, die heeft het verder afgehandeld.”
Langzaam komt Aduarderzijl weer in zicht. De zon staat nog steeds hoog aan de hemel en het water ligt er rustig bij. Na een ontspannen tocht meert het veer weer aan bij de steiger waar de reis begon. Jaap bedankt De Ongenode Gast voor de gezelligheid aan boord. Met het mooie weer, de verhalen van de vrijwilligers en de rustige tocht over het water is de eerste vaardag van het seizoen geslaagd. Het Reitdiepveer is weer in de vaart en klaar voor een nieuw seizoen vol overtochten.











