Spitsuur in de badkamer

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Op de zondagavond is het spitsuur in onze badkamer. De hoop om de dames eens op tijd in bed te leggen is al jaren geleden vervlogen. Ook op zondag is dat een onhaalbare zaak. Na de onbedwingbare behoefte die zich vooral overdag opsteekt om het huis schoon en opgeruimd op te leveren voor een nieuwe week, moeten op zo’n zondagavond ook alle leden van mijn gezin letterlijk schoon voor die maandag. Dit gaat vaak in een vaste volgorde. De jongste bijten meestal het spits af. De één oefent op de piano, terwijl de ander doucht, daarna speelt de ander viool terwijl de ene doucht. Het bad is voor mij. Eenmaal per week mijn half uurtje welverdiende momentje alleen. De temperatuur lekker hoog, een magazine mee en het liefst niemand erbij. Dat laatste wil nog wel eens anders aflopen want die jongste twee dames springen veel liever bij mij in bad. En als dat niet lukt, bivakkeren ze bij voorkeur op de badkamervloer waar ik van mijn welverdiende rust wordt gehouden met allerlei ‘weet je, mama.. ‘-verhalen. Oudste dochterlief moeten we over het algemeen echt onder die douche drukken. Dit schijnt puber eigen te zijn: ‘ik stink niet roepen’, terwijl die zweetgeur niet te negeren is. Manlief is de hekkensluiter die als allerlaatste zorgt dat ook hij fris aan de week begint. Soms is er wat oponthoud in dit hele rijtje, zoals afgelopen week als de puber klaagt over haar rooster twee weken verder. Ja, zo’n badkamer nodigt uit tot praten. Mijn resolute ‘je hebt niks te klagen’, jaagt haar weg en vertraagt het proces. Eenmaal terug vervallen we in discussies of zij wel of niet snel kan douchen. Het is blijkbaar een vervroegd verjaardagscadeau voor mij dat het deze avond wel gaat gebeuren. Dat is ook puber eigen: cynische grapjes. Ik vrees dat er weinig uit te pakken is, als dit het niveau van de cadeautjes is dit jaar. Tevreden murmel ik verder over mijn verlanglijstje. Het duurt nog een dikke maand, maar je kan manlief en de dames maar beter even op het goede spoor zetten. Anders eindig ik gegarandeerd met een hele lading badbruisballen. De jongste rept - terwijl we in de knoop raken met het snoer van mijn föhn langs haar tandenborstel en manlief daar ergens tussenin probeert zich te scheren - over een nieuwe badjas. ‘Ja fijn’, mompel ik, ‘dan kan ik die aan als deze die ik vorig jaar op mij verjaardag kreeg in de was zit’. Creativiteit viert weer hoogtij. Dan blijkt de puber ineens wel proper. ‘Die badjas was jij anders nooit’, zegt ze fijntjes met een vies gezicht. ‘Dat komt die oneindige bult vieze kledingstukken die jullie produceren’, ga ik erover heen. ‘Sterker nog’, doe ik er een schepje bovenop, ‘als je me ooit kwijt bent, zoek maar eens in die wasmand. Dan ben ik zoek geraakt tussen die stapels van jullie.’

UIT DE KRANT