Wie heb ik aan de lijn - part 2

Mijn column van vorige week verdient een kleine update. Nou zou ik nog uren kunnen uitwijden over het app-contact dat ik bij tijden met oudste dochterlief heb. Waarschijnlijk heel herkenbaar voor andere ouders van pré-pubers en pubers zijn de spraakberichten. Altijd ingesteld op 1,5x zo snel, zodat ze meestal klinkt als een smurf die aan het lachgas heeft gezeten. Gelukkig is daar nooit sprake van. Wel is elk berichtje zo goed als altijd gewijd aan de afspraken die we ooit gemaakt hadden en die ze niet waar gaat maken. ‘Door omstandigheden ben ik ietsjes later’ is één van haar favoriete zinnen. Gelukkig neemt ze in elk geval de moeite dit altijd te melden en kan ik in geval van zorgen haar locatie zo uitlezen. Die behoefte heb ik tot nu toe niet gehad, dat is dan weer het goede nieuws. Haar zusjes beschikken nog niet over een mobiele telefoon en kunnen mij dus ook nog niet appen. Dat vind ik ook zeker niet erg, want ik vrees dat met de intrede van een eigen mobiele telefoon voor die twee ook een oneindige stroom aan piepjes mijn leven zal binnenkomen. We stellen het dus nog even uit. Voorlopig doen ze het met de vaste lijn en daar redden ze zich prima mee. Zo bleek afgelopen week maar weer toen ik vertrok met één van beide dames voor haar vioolles en de ander thuis aan het bakken sloeg. Met strikte instructies – niet aan het gasfornuis en de oven – zag ik er geen problemen in. Grote zus was ook gewoon boven en zou het huis niet zomaar laten instorten. Uiteraard waren we nog niet bij vioolles of mijn telefoon ging al. Ze wilde nog even de ingrediënten checken met mij. Ik drukte haar op het hart dat ik eenmaal in de les niet meer kon opnemen, maar natuurlijk was dat toen nog geen enkel probleem. ‘Ik bel niet weer mama, want ik red me wel’. Tien minuten later ging mijn telefoon al: thuis. Ik liet hem gaan, evenals het belletje wat daarna nog eens volgde. Deze viooljuf is altijd erg duidelijk over de aanwezigheid van mijn mobiele telefoon in de les en haar strikte houding heeft niet alleen effect op mijn dochter. Eenmaal klaar, belde ik snel terug naar huis. In gesprek. Dat kon twee dingen betekenen: óf ze had de telefoon boos aan de kant gegooid zonder uit te zetten óf ze had iemand anders gevonden om te stalken. Ik belde oudste dochterlief en sommeerde haar eens beneden te gaan kijken. Via een spraakbericht kreeg ik een update: ‘ze ziet er niet boos uit’ vertelde de smurfenstem mij. Even later belde haar zusje zelf. Ze had inmiddels oma te pakken gekregen, want in plaats van suiker had ze zout in haar baksel gegooid, máár dit hadden zij en oma - weliswaar op afstand - vakkundig opgelost. Even later ging de telefoon nog weer: ‘mama, als je thuiskomt, is het hier wel een klein beetje een troep’. Eenmaal thuis wachtte er een brownie klaar voor de oven en ontplofte keuken. En een dochter die ineens drie jaren gegroeid was.



