Wie heb ik aan de lijn

Hoe ouder de dames worden, hoe makkelijker het leven. Zo zijn wij inmiddels op het punt aanbeland dat ze ook wel even alleen thuis kunnen zijn. Ter voorbereiding leerde ik ze hoe de telefoon werkt en liet ik ze zien waar het lijstje met alle belangrijke telefoonnummers hangen. Áls er iets in, dan kunnen ze me altijd bellen. Een eerste poging tot de hond uitlaten zonder die twee monsters erbij – en dus lekker doorlopen! – strandt jammerlijk. Oudste dochterlief, ook wel de scheidsrechter genoemd, is er niet en ze verzandden binnen vijf minuten in ruzie. De oudste van de twee grijpt direct naar de telefoon, maar ik heb mijn mobiel per ongeluk niet van stil afgehaald en dus mis ik de zes pogingen die ze doet om mij te bereiken. Op mijn voicemail hoor ik haar later steeds verbetener vertellen hoe haar zusje totaal niet naar haar luistert. Als ik een half uurtje later binnenstap, zitten ze desondanks beiden ongeschonden aan tafel te tekenen. Geregeld moet ik even de deur uit om iemand naar sport- of muziekles te brengen of op te halen van een speeldate. Ook dan kan degene die achterblijft prima even alleen in huis zijn. Met heldere afspraken tackel ik eventuele rampen die ik op voorhand kan bedenken. Niet de deur opendoen, nooit aan vuur zitten, niet naar buiten gaan. De telefoon, zo spreek ik elke keer af, gebruiken we alleen voor noodgevallen. Toch gebeurt het geregeld dat ik nog geen twee minuten van huis al gebeld wordt. Meestal luidt de vraag altijd hetzelfde: ‘mag ik op de ipad?’ Blijkbaar is twee minuten jezelf vermaken al heel wat. Nou zijn ze natuurlijk als eeneiige tweeling zelden alleen, dus het is ze vergeven. En met een ‘nee’ kan ik weer door met het leven. Omdat ik wel elke keer schrik van de telefoon en het de verkeersveiligheid niet ten goede komt als ik in de auto moet opnemen, druk ik ze serieus op het hart alleen te bellen voor noodgevallen. Desondanks denkt al snel eentje slim te zijn en pakt de rondslingerende mobiel van haar grote zus. Ik denk dat minstens dat onze oudste – die echt nooit voor onzin belt – in de sloot ligt, als ik een andere bekende stem hoor: ‘mama, mag ik een snoepje pakken?’. Opnieuw ‘nee’ en door met het leven. Hoe langer we dit alles ‘oefenen’ hoe beter het gaat. De score van de deur opendoen ligt tot nu toe op één – het was de buurman dus het was geen onbekende – en stiekeme grepen in de snoepkast heb ik niet kunnen ontdekken. Steeds vaker loop ik mijn rondje met de hond zonder enig contact. Bij thuiskomst is er niemand die me opwacht of me gemist heeft. Vorige week echter zag ik toch weer ‘thuis’ in beeld verschijnen als ik zo goed als op het verste punt ben. ‘Mama, wij zijn allebei misselijk’, klinkt het aan de lijnMet een ‘ik heb geen idee wat jullie gepakt hebben toen ik weg was’, zet ik de terugweg iets sneller in. Thuisgekomen tref ik ze beide liggend op de bank aan. Zonder ipad wonderlijk genoeg, maar beiden weggedoken in een boek. Ja, het gaat zeker vooruit.



