Maria’s Mooie Mensen 555

maria's mooie mensen

Oudste dochterlief begint langzaamaan een hele dame te worden. Onlangs nog kondigde ze alvast haar puberteit aan; ‘in groep zes beginnen kinderen met puberen, dat je dat even weet. Want dat ga ik ook doen. Dan ga ik me ergeren aan van alles’, voegde ze er nog aan toe. De dappere juffen, een meester en een handjevol ouders namen dik twintig van deze pre-pubers op sleeptouw richting Bakkeveen waar ze ook een nachtje zouden slapen met elkaar. Zoals verwacht kwam het spul weinig sprankelend terug. Het gebrek aan slaap, de hoge temperaturen, het volle programma en de spanning hadden zijn werk gedaan. Omdat wij haar wél gemist hadden, knuffelden we ons kind fijn, terwijl zij koeltjes zoals het een pre-puber betaamt onze kus ontweek. Eenmaal thuis was er weinig fleurigs te melden. Zoals we gewend zijn van haar, is ze als de vermoeidheid de overhand heeft, niet heel positief van aard. Het kamp was dan ook maar mwoah. ‘We moesten úren fietsen’, begon ze. Ik pareerde het handig door te melden dat ik toch echt de dag ervoor om half elf een appje had gezien dat ze aangekomen waren, terwijl ze ook nog pauze hadden gehouden onderweg. ‘En we fietsten wel twintig kilometer per uur. Twín-tig hè mama.’ Koren op mijn molen: als ze met twintig kilometer per uur naar Bakkeveen waren gefietst, hadden ze de 15 kilometer in een driekwartier al afgelegd, rekende ik lachend voor. Mevrouw was niet in voor geintjes en vervolgde haar klaagzang. ‘Toen moesten we ons drie uur zélf vermaken.’ Ik vroeg naar de activiteiten die ik toch duidelijk op de foto’s voorbij had zien komen. Zo zag ik haar in een klimpark in de touwen hangen, dus er was toch genoeg ondernomen. ‘Ja, en daar’, brieste ze, ‘móesten we van die vrouw omhoog. Ze duwde ons zowat de touwen in.’ Door te vragen naar haar favoriete meester die meeging, hoopte ik een iets positievere toon te vinden. ‘Ja, nou, díe zat dus bijna de hele middag op een stoel.’ Ze was ook verontwaardigd dat andere kinderen om half twaalf nog lawaai maakten – ‘hoe kan ik dan slapen?’ – en dat het water in het openluchtzwembad nog maar twintig graden was. Mijn ‘wat had je dan verwacht na slechts één weekje warm weer?’, negeerde ze vakkundig toen ze vertelde hoe vreselijk koud het was. Ontbijt met wit brood – de droom van elk kind toch? – vond ze maar niks, haar lunchpakket was mislukt en toen moesten ze ook nog eens wéér die 15 kilometer fietsen. ‘Ik voel mijn kont niet meer. En mijn benen ook niet.’ Was het alleen maar kommer en kwel? Nee, de lasergame viel wel in de smaak, want toen kon ze de meester even aanpakken. Manlief en ik lieten haar en stopten haar om half acht onder luid protest in bed. ‘Wie gaat er nou zo vroeg slapen’, mopperde ze, terwijl ze amper tien minuten later lag te snurken. Een dag later sijpelden langzaamaan andere verhalen door. Conclusie: ze heeft het super leuk gehad. Maar als pré-puber geef je dat natuurlijk niet toe.

UIT DE KRANT