Fokkelien Oldenburger, voorzitter van Stichting Tuigpaardenconcours Notoaristuun: ‘Zonder vrijwilligers kunnen we niks’

Fokkelien Oldenburger
Fokkelien Oldenburger
MMDH Man met de hamer

Voorzitter Stichting Tuigpaardenconcours Notoaristuun Fokkelien Oldenburger: ‘Mijn vader, Piet Oldenburger, is de oprichter van Stichting Tuigpaardenconcours Notoaristuun in Grootegast. Hij richtte het in 1996/1997 op. Ik heb op een gegeven moment het stokje van mijn vader overgenomen en ben toen voorzitter geworden. Dat was in 2012, dus ik ben inmiddels al twaalf jaar voorzitter van het concours. Ons bestuur bestaat uit zes personen en we krijgen daarnaast veel hulp van vrijwilligers. Daar zijn we dan ook erg dankbaar voor, want zonder vrijwilligers kunnen we niks. Dit jaar is de vijfentwintigste keer dat we een tuigpaardenconcours organiseren in Grootegast. We bestaan wel al achtentwintig jaar, maar het heeft drie keer niet door kunnen gaan, onder andere door corona. Er komt veel kijken bij de organisatie van zo’n soort evenement. Zo moeten er bijvoorbeeld verkeersregelaars zijn en moeten de auto’s op de goede plek komen te staan op het terrein. Verder moeten er mensen achter de kassa zitten en hebben we natuurlijk iemand nodig die de prijzen zal uitreiken. De voorbereidingen voor dit concours, begonnen al in december. Dan organiseren we namelijk sponsorlopen om het allemaal mogelijk te kunnen maken. Daarna gaan we in januari aan de slag met het plannen. Iedereen regelt z’n eigen deel, waardoor we er samen voor zorgen dat het toch ieder jaar weer door kan gaan. Dat is natuurlijk het grootste doel: een geslaagde editie neerzetten. Er is hier in de regio niet veel in de buurt voor paardensportliefhebbers. Daarom zijn mensen vaak enthousiast over ons concours. Omdat het dit jaar een speciale jubileumeditie is, namelijk de vijfentwintigste, hebben we iets bijzonders. Elke deelnemer krijgt namelijk een koekplank met koek, met daarop onze naam en het jaar. Zo kunnen alle deelnemers deze editie blijven herinneren. Dat zijn er dit jaar honderdzeventig, en ze komen vanuit heel Nederland. Het bezoekersaantal lag vorig jaar rond de achthonderd man. Dat is niet niks. Op donderdagochtend zijn we als bestuur al vroeg op het terrein te vinden om de laatste dingen klaar te zetten en om iedereen te ontvangen. Alles moet natuurlijk goed verlopen. Maar wat ik wel elk jaar weer zie is: als het concours eenmaal loopt, dan loopt het. Dus dat zal dit jaar vast ook goedkomen. Er zijn jaren geweest dat ik zelf ook meereed tijdens het concours. Ik heb thuis namelijk paarden en ik vind dat leuk. Dit jaar blijf ik wel aan de zijlijn staan. Ik kijk ontzettend uit naar donderdag. Er hangt altijd zo’n gezellige sfeer en er is ook nog eens goed weer voorspeld. Dat kan alleen maar goedkomen.’

UIT DE KRANT