Dit is Richard Lamberst
Van de Streekkrant redactie naar de wethouderszetel

WESTERKWARTIER – Voor veel lezers van de Streekkrant is hij een bekend gezicht: Richard Lamberst. Jarenlang trok hij als journalist door de dorpen van het Westerkwartier om verhalen op te tekenen. Tegenwoordig zit hij aan de andere kant van de tafel als wethouder namens VZ Westerkwartier. Een gesprek tijdens een wandeling over Landgoed Nienoord over zijn bijzondere carrièrepad, de liefde voor de 41 unieke dorpen en zijn grote droom voor het centrum van Leek.
Wie de politieke loopbaan van Richard Lamberst bekijkt, ziet een opvallende rode draad: communicatie en menselijk contact. Voordat hij de politiek in ging, werkte hij jarenlang in de horeca, tot het roer omging. "Toen ik jong was, wilde ik altijd al graag journalist worden. Ik vond schrijven erg leuk, en nog steeds," vertelt Lamberst met een glimlach terwijl we een rondje over het landgoed lopen. Voor Lamberst, die in het centrum van Leek woont, is dit bekend terrein. Sterker nog: het prachtige Landgoed Nienoord voelt voor hem inmiddels een beetje als zijn eigen achtertuin.
Zijn periode in de journalistiek bleek achteraf de perfecte leerschool voor zijn huidige ambt. Lamberst kreeg destijds een kans bij Media Totaal Noord en werd de vaste verslaggever voor de Streekkrant. Hij trok intensief de regio in. "De connecties die ik heb opgedaan door met bijvoorbeeld dorpsbelangenverenigingen en sportclubs te spreken over wat ze organiseren, dat netwerk helpt mij in mijn politieke carrière nog steeds. Ik denk dat de basis voor wat ik nu doe, grotendeels bij de Streekkrant is gelegd." Toch begon het na een aantal jaren te kriebelen. Lamberst zat destijds als verslaggever bij raadsvergaderingen in Grootegast en Zuidhorn. "Daar zat een dynamiek in die me ontzettend leuk leek. Ik wilde weleens in de keuken van een overheidsorganisatie kijken." Via communicatiefuncties bij de gemeente Veendam en Pekela en de provincie Drenthe rolde hij uiteindelijk de actieve politiek in. De keuze voor een lokale partij als VZ Westerkwartier was een bewuste. "Een lokale partij is niet per se links of rechts, het is gewoon lokaal. Ik had het idee dat ik daar heel goed op mijn plek terecht zou komen, en dat is ook gebleken."
Als wethouder geniet Lamberst intens van het contact met de inwoners. "Vooral het in verbinding staan met dorpen, inwoners en ondernemers is het mooiste. Goed kijken en luisteren naar wat zij ervaren en nodig hebben. Van daaruit probeer je het juiste te doen om het dorpsleven verder te helpen en de leefbaarheid te versterken." Dat is in een grote plattelandsgemeente als het Westerkwartier best een uitdaging. De gemeente telt immers maar liefst 41 dorpen. "Ze zijn allemaal prachtig en uniek op hun eigen manier. Maar er wordt in De Wilp nu eenmaal wat anders gevraagd dan in Ezinge. Dat zijn twee verschillende culturen met verschillende behoeftes." Om die feeling met de verschillende dorpen te behouden, werkt de gemeente met leefbaarheidsadviseurs en heeft elke wethouder een aantal dorpen onder zijn hoede als 'dorpswethouder'. Lamberst schuift dan ook minimaal een keer per jaar aan bij dorpsbelangen om bestuurlijk de thermometer in het dorp te steken.
Het wethouderschap is een prachtige, maar ook een intensieve publieke functie. "Je staat 24 uur per dag aan," erkent Lamberst. Het zwaarste gedeelte van zijn ambtstermijn tot nu toe had echter niks met politieke discussies te maken, maar met persoonlijk leed binnen het team. Het college werd de afgelopen jaren opgeschrikt door het overlijden van wethouder Marjan Sijperda en de ernstige ziekte van Harry Stomphorst. "Dat zijn dingen die er best zwaar inhakken. Je werkt vier jaar lang heel nauw samen en draagt samen de verantwoordelijkheid. Het kwijtraken van collega's aan zoiets verdrietigs is het zwaarste gedeelte van mijn loopbaan geweest." Gelukkig staat er een hecht team. "We kunnen goed met elkaar over de weg. Er wordt natuurlijk weleens gekibbeld, want je dient allemaal de belangen van je inwoners, dus je bent kritisch op elkaar. Maar na die tijd kunnen we gewoon prima bij elkaar zitten."
Met de huidige formatiegesprekken in volle gang kijkt Lamberst met vol vertrouwen naar de toekomst. Hoewel er door de krappe gemeentefinanciën moeilijke keuzes gemaakt moeten worden ("Zorgvuldigheid gaat voor snelheid"), hoopt hij zijn portefeuille Economische zaken te mogen behouden. Hij heeft namelijk nog een grote wens op zijn bucketlist staan, en die heeft alles te maken met de plek waar we nu wandelen: het centrum van Leek verbinden met Nienoord. "Leek heeft een regionale winkelfunctie, maar die staat onder druk door bijvoorbeeld leegstand," legt de wethouder uit. "Als gemeente kunnen we werken aan de uitstraling. Hoe fijner mensen het vinden om in Leek te verblijven, hoe langer ze blijven hangen." Het koppelen van Landgoed Nienoord aan het centrum is daarin een sleutelproject. "Nienoord trekt ongeveer 300.000 bezoekers per jaar. Hoe mooi zou het zijn als die bezoekers na hun bezoek niet direct rechtsaf naar de A7 rijden, maar ook even het centrum van Leek ingaan? Om wat te eten, te drinken of een overhemd te kopen. Als we die twee werelden meer in elkaar over laten lopen, krijgt de lokale economie een geweldige boost."'
Tot slot heeft de oud-journalist nog een mooie boodschap voor de nieuwgekozen raadsleden in de gemeente. Al blijft hij bescheiden: "De raad is mijn baas, niet andersom. Maar ik zou willen zeggen: geniet ervan, heb plezier. Blijf in contact met elkaar, niet alleen binnen je eigen fractie, maar met alle partijen onderling. Zodat we over vier jaar samen kunnen terugkijken op een hele goede periode waarin we de juiste dingen hebben gedaan voor Westerkwartier."
