Een oorlogsmonument in woorden (video)

actueel

RODEN - Voor de meeste mensen is 4 mei de dag van de nationale herdenking. Voor de in Roden woonachtige auteur Zwannet Bronsema-Bos heeft deze datum een diepe, persoonlijke lading. Op 4 mei 1945, de dag dat Nederland de bevrijding vierde, overleed haar oom Pieter Aukes. Na een zoektocht van tien jaar schreef zij zijn aangrijpende geschiedenis op in het boek Oorlogsjaren van een zondagskind.

In aanloop naar de dodenherdenking vraagt Bronsema-Bos aandacht voor verhalen die nooit vergeten mogen worden. Haar boek, Oorlogsjaren van een Zondagskind, dat inmiddels verkrijgbaar is bij Boekhandel Daan Nijman in Roden, vertelt het verhaal van onschuldige mensen die onnoemelijk groot leed is aangedaan; een geschiedenis die diep geworteld is in de noordelijke provincies. Centraal staat het tragische lot van haar oom Pieter en de honderden mannen uit Groningen, Friesland en Drenthe die aan het eind van de oorlog werden weggevoerd.

Het verhaal van Pieter Aukes begint eind 1944. Terwijl hij van zijn onderduikadres in Overijssel naar zijn ouderlijk huis in Scheemda reisde, werd hij gearresteerd. Wat volgde was een gruwelijke periode in Assen, waar hij werd gemarteld. De bezetter wilde weten waar zijn broer Hendrik ondergedoken zat, die als commandant van een knokploeg een belangrijke rol speelde in het verzet. Pieter zweeg echter standvastig om zijn broer te beschermen.

Zijn zwijgen resulteerde begin 1945 in een transport naar Wilhelmshaven, naar het beruchte strafkamp Lager Schwarzer Weg. In dit kamp werden meer dan duizend mannen uit de drie noordelijke provincies onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden als politiek gevangenen. „De omstandigheden daar waren verschrikkelijk,” vertelt Zwannet. „Mijn oom werd er, net als zovelen, ernstig ziek.”

Terwijl de bevrijding van het Noorden naderde, werd op 16 april 1945 een ziekentransport opgezet richting Delfzijl. Pieter was een van de 300 gevangenen die de grens weer overkwamen, maar hij was te zwak om verder te reizen. Samen met achttien anderen bleef hij achter in een noodhospitaal van het Rode Kruis.

Het wrange van de geschiedenis is de timing: terwijl zijn ouders, zus en broer in Scheemda precies in die dagen hun bevrijding vierden, wisten zij niet dat hun zoon en broer enkele kilometers verderop vocht voor zijn leven. „Het is uiteindelijk een race tegen de klok geweest voor de familie om hem nog te zien voor zijn overlijden op 4 mei 1945,” aldus Zwannet. Juist daarom heeft de nationale herdenkingsdag voor haar familie altijd een extra, beladen betekenis gehouden.

Hoewel het boek al eerder verscheen, is de boodschap volgens Bronsema-Bos vandaag de dag relevanter dan ooit. Nu zij in Roden woont, vindt zij het belangrijk dat dit lokale verhaal alsnog de weg naar de lezer vindt. „Het verhaal van mijn oom is in feite tijdloos,” stelt de auteur.

Zwannet wil de lezer meer meegeven dan alleen een historisch verslag. Ze hoopt dat mensen stilstaan bij de individuele levens achter de grote cijfers van de oorlog. Juist in een tijd waarin vrede niet overal vanzelfsprekend is, herinnert het lot van Pieter Aukes ons aan de onschatbare waarde van vrijheid en de offers die daarvoor zijn gebracht. „Ik wil aandacht besteden aan verhalen die nooit vergeten mogen worden en aan de onschuldige mensen die dit onnoemelijk grote leed is aangedaan,” benadrukt zij.

Oorlogsjaren van een zondagskind is daarmee niet alleen een eerbetoon aan haar oom Pieter en haar oom Hendrik (die later de burgemeester van Ezinge werd), maar een monument voor een vergeten groep noordelijke oorlogsslachtoffers. Het boek is verkrijgbaar bij Boekhandel Daan Nijman.

Afbeelding