Geen pech, Sparta geen ‘angstgegner’, maar wat dan wel?

Vroeger, in de late jaren 80 en begin jaren 90 waren Excelsior en Fortuna Sittard echte ‘angstgegners’ voor FC Groningen. In die tijd was er nog geen internet en de tussenstanden van de wedstrijden werden pas in de rust op NOS-Langs de lijn, vaak door Henk Kok bekend gemaakt en pas in de tweede helft volgenden liveflitsen. Dan kwam ik uit de kerk, rende naar de radio om de tussenstand van Fortuna Sittard tegen FC Groningen om 15:15 te horen.
De wedstrijd ervoor had de FC Ajax in het Oosterpark nog geklopt en winst tegen Fortuna zou een grote stap in de ranglijst betekenen. Fortuna stond in de onderste regionen. Dit moest goed komen. De tussenstanden van alle Eredivisiewedstrijden werden opgedreund. In die tijd begonnen alle wedstrijden vrijwel nog gelijktijdig. De spanning bouwde zich op tot de stem uit de radio eindelijk begon met ‘Fortuna Sittard’. En dan: 2-0. Ongelofelijk. Gewoon achter tegen een ploeg die er he-le-maal niets van kan. En zo was het ook op Woudestein. Wanneer deze ploegen in de Eredivisie speelden, kreeg Groningen er vrijwel altijd klop en ook thuis werd er niet zelden verloren.
Is Sparta ook zo’n ‘angstgegner’ voor FC Groningen? Sparta is een ploeg met een duidelijke visie, is geen wonderelftal, maar heeft kwaliteiten en Groningen speelde nu niet heel veel minder dan de voorbije weken. De conclusie is misschien wel gewoon dat dit Groningen domweg niet sterk genoeg is om van Sparta te winnen. Natuurlijk, Resink en de Jonge waren afwezig en Land en Schreuders hadden regelmatig grote moeite met de middenvelders van Sparta die tussen de linies pendelen. Maar ook mét Resink en de Jonge verloor Groningen al tweemaal van Sparta. De conclusie is dat dit het wel ongeveer is. FC Groningen heeft vaak trainers gehad die snel en vaak wisselden. Niet alleen van systeem, maar ook in de bezetting. Een gebrek aan vaste patronen was een veel gehoorde kritiek. Lukkien is het andere uiterste. Die wisselt structureel laat, verandert zelden iets aan zijn basisformatie en al helemaal niet aan het systeem. Daar valt wat voor te zeggen. Maar Lukkien slaat een beetje door. Er is niets mis met zo nu en dan eens wat anders proberen. Een tegenstander eens verrassen met een andere tactiek. Voor of tijdens de wedstrijd. Iedereen weet inmiddels hoe Groningen speelt.
Er staan een grote handvol talentvolle voetballers in het veld, maar het is zorgwekkend dat er bijzonder weinig kansen bij elkaar gespeeld worden. Hoe onhandig is het om onder toeziend oog een keeper aan zijn shirt te trekken. Is het pech dat Vaessen een blunder maakt? Is het pech dat Zawada zijn enige kans scoort in buitenspel? Dat de passjes van Taha met buitenkant van de voet niet aankomen? Dat van Bergen toch steeds weer naar buiten draait in plaats van naar binnen en zo direct de weg naar het doel kan vinden? Dat de middenvelders zeer weinig opties hebben om de bal naar voren te spelen? Het is pech als je een tegenstander zoek speelt en vijf kansen om zeep helpt, al zal dat ook met kwaliteit te maken hebben. Pech betekent dat je de resultaten, de invloeden van je eigen prestaties buiten jezelf neerlegt. Die prestatie was tegen Sparta net als tegen Fortuna dat er vrijwel geen kansen werden gecreëerd, het spel voorspelbaar en fantasieloos was. Groningen heeft een grote groep prima en talentvolle spelers. Echter het leidt niet tot een speelwijze waarin tegenstanders worden opgerold of handen vol kansen bij elkaar worden gespeeld. Sparta is geen ‘angstgegner’. Sparta heeft een beter elftal. Pech gehad? Nee, want de spelers van FC Groningen zijn beter. Groningen moet op zoek naar pech.