Ondanks inspanningen blijft grote hoeveelheid roeken overlast bezorgen in Westerkwartier

STREEK - Na jaren is het nog steeds één grote ergernis voor een groot aantal bewoners van Leek, Tolbert en Grijpskerk: de roekenoverlast blijft aanhouden. Na inspanningen van zowel de gemeente Westerkwartier, Bureau Witteveen (Groenprojecten en Advies) en een aantal vrijwilligers, lijkt het probleem volgens bewoners juist groter dan voorheen. Vooral in Grijpskerk, Tolbert en Leek, waar de meeste klachten vandaan kwamen, worden inwoners gek van de overlast in de vorm van uitwerpselen en geluid. ‘Ik heb het idee dat we te weinig gehoord worden. De gemeente doet naar ons idee veel te weinig.’ Bureau Witteveen constateert ook dat het aantal roeken toeneemt, maar heeft daar wel een aantal verklaringen voor.
Voor de familie Van der Veen uit Leek is het al jaren een doorn in het oog: het gekrijs van de roeken die in het Westerkwartier flink huishouden. ‘Dat gaat vanaf het broedseizoen in februari gewoon de hele dag door. Bij dageraad begint het al, zo rond een uur of vier. Dan worden de beesten wakker en gaan ze door tot laat in de avond. Je wordt er gewoon gillend gek van.’ Vooral met het mooie weer kan de familie niet eens normaal buiten genieten van het zonnetje: ‘In de tuin zitten is geen pretje meer. Het geeft stress, je moet harder praten om elkaar te kunnen verstaan, de overige vogels horen we niet meer, ze poepen op tuinmeubels, de was, fietsen en ga zo maar door.’ Een snelle telling verraadt dat er in de achtertuin van Van der Veen wel 30 nesten zitten. Aan de Oldebertweg zitten er in totaal wel rond de 100 nesten. Om de overlast enigszins zelf aan te pakken kregen de vrijwilligers (buurtbewoners)een speciale zaklamp en ook werd er een megafoon ingezet om de roeken te verjagen, maar dat is volgens hen pleisters plakken. ‘Ze zijn dan heel even weg, maar komen vervolgens doodleuk weer in de boom zitten.’
Maar niet alleen in Leek zijn bewoners gefrustreerd over de aanwezigheid van een grote hoeveelheid roeken. In Grijpskerk en Tolbert doet zich een vergelijkbare situatie voor. Fokke Dijkstra uit Tolbert merkt dat de roeken juist naar het buitengebied trekken. ‘Er zijn veel boeren, die buiten de dorpskern wonen, die er veel schade van hebben. Ze pikken in het voer en maken het landbouwplastic stuk. Daarnaast schijten ze alles eronder. De onvrede neemt daardoor alleen maar toe.’ Wel is het merendeel van de vogels binnen de grenzen van het dorp verdwenen door de inspanningen van Witteveen. ‘Het is dweilen met de kraan open’, zegt Dijkstra.
Bewoners van het Westerkwartier kunnen via de site van de gemeente een melding maken van een overlastlocatie. In 2021 stond de teller op 191 klachten, waarvan de meesten afkomstig waren uit Grijpskerk, Tolbert en Leek. Volgens directeur Niek Witteveen van het gelijknamige adviesbureau is het aantal klachten alleen maar toegenomen de laatste tijd. En dat is volgens hem ook wel te verklaren. ‘De laatste tijd hebben we opgemerkt dat de roeken steeds vaker overwinteren in Nederland. Voorheen trokken ze in de wintermaanden richting het Verenigd Koninkrijk.’ Een verklaring hiervoor zal kunnen liggen bij het gegeven dat de seizoenen steeds langer worden waarbij de temperatuur voor de roek erg aangenaam is.
En dan vertelt Witteveen over een opmerkelijke statistiek. Landelijk gezien neemt de populatie roeken juist af, terwijl die in de drie noordelijke provincies juist toeneemt. ‘Daar heb ik geen specifieke verklaring voor, maar het is voor ons ook lastig om op deze manier de vogels te blijven verjagen. Dat heeft onder andere te maken met de regelgeving vanuit de gemeente en de provincie waar Witteveen aan gebonden is. ‘We zijn momenteel met beide partijen in gesprek over het verjagen van roeken in de toekomst. Nu geldt vanuit de provincie nog de regel dat na de vondst van het eerste ei niet meer verjaagd mag worden. Dat betekent dat, als er een ei in Tolbert werd gevonden, wij in de hele gemeente moeten stoppen met bestrijden. Dan is het natuurlijk onbegonnen werk om het probleem te verlichten. Het zal een hele opluchting voor ons zijn als de provincie besluit deze wetgeving te wijzigen of te verruimen’, stelt Witteveen. Dat zal dan wel betekenen dat het plan van aanpak met een aantal jaren verlengd wordt en dat bewoners de komende jaren nog niet van de vogels af zijn. ‘We beginnen niet weer van voor af aan, maar moeten straks juist doorzetten’, voegt Witteveen eraan toe.
Ook is het adviesbureau in gesprek met de gemeente over het afzagen van takjes in de bomen waar de roeken hun nest bouwen. ‘Roeken bouwen hun nest om drie takjes heen’, vertelt hij. ‘Als wij het middelste takje weg mogen halen, komt de roek hoogstwaarschijnlijk niet meer terug. Op dit moment hebben wij niet de bevoegdheid om dat te doen, maar de gemeente is dat besluit aan het heroverwegen. Anders blijft het voor ons ook dweilen met de kraan open. Wij willen natuurlijk ook niet dat de inwoners van het Westerkwartier er zoveel overlast van ervaren.’ Vanaf komend broedseizoen kan het dus zomaar anders zijn, mochten de provincie en de gemeente anders doen besluiten.
In Grijpskerk hebben ze nog maar weinig vertrouwen in een goede afloop. Zo vertelt bewoonster Marjan Slagter over de overlast bij het zwembad, aan het Kerkplein, in de Molenstraat en achter sportcomplex ‘De Enk’. ‘Op een aantal plekken zijn ze inderdaad wel verdwenen, maar op andere locaties lijkt het alleen maar erger te worden. Mijn ouders en mijn zus wonen vlak bij elkaar en kennen de laatste tijd vooral korte nachten met weinig slaap. Het is echt gewoon vreselijk als je constant dat gekrijs hoort.’ Slagter heeft dan ook niet het idee dat de gemeente zich serieus bezighoudt met de problemen in het dorp. ‘We kunnen wel een melding maken, maar of er daadwerkelijk wat mee zal gebeuren is een tweede.’
Wethouder Bert Nederveen snapt de frustraties van de inwoners wel, maar het probleem is volgens hem erg complex. ‘Wij zijn ook weer gebonden aan de regelgeving vanuit de provincie Groningen. De verjaging was in eerste instantie een experiment met een looptijd van een paar jaar. Nu we zien dat het niet de gewenste resultaten heeft, moeten we bepaalde belangen en andere aspecten gaan heroverwegen.’ Nederveen geeft wel aan in gesprek te gaan met inwoners uit de gebieden waar men de meeste overlast ondervindt.