Willem Tjebbe Oostenbrink brengt derde Westerkwartierse dichtbundel uit: ‘Het Nederlands kan soms wat sloom zijn.’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Nieuws

ZUIDHORN - ‘We zoeken ien onszulf noar de kern, allenneg aan d’oppervlakte kennen we stroalen’, zo begint dichter Willem Tjebbe Oostenbrink het gedicht ‘Roadsel’. Het is één van de vijvenvijftig gedichten uit zijn nieuwe bundel: ‘Uutkomst’. Het bijzondere aan het werk: het is volledig in het Westerkwartiers. ‘Als je iets wilt behouden, zoals een streektaal, dan moet je het ook gebruiken’, begint Oostenbrink. ‘Bewaren zonder gebruik leidt tot verstoffing.’ 

De dichter is geboren in Grijpskerk en woont daar tot aan zijn zeventiende, wanneer hij naar Wageningen vertrekt om te studeren. De jaren daarna blijft hij in het Westen wonen. Toch blijft zijn vroegere dialect bij hem. ‘Als vrienden van mij langskwamen, dan praten we gewoon in het Westerkwartiers. Ik weet nog dat we een keer in een Turkse snackbar zaten en dat we daar gek werden aangekeken. Het heeft natuurlijk Nederlandse klanken, maar daarnaast zou het ook als Duits kunnen klinken. Zij hadden in ieder geval geen idee wat voor taal we met elkaar spraken’, blikt Oostenbrink lachend terug. 

Inmiddels dicht Oostenbrink voornamelijk in het Westerkwartiers. Slechts 20% van zijn werken is in het Nederlands. De rest allemaal in het Gronings. ‘Op een gegeven moment merk je dat het je redelijk af gaat en dan ga je erin door. Verder vind ik het een mooie taal om mij in uit te drukken. Met sommige Nederlandse woorden heb ik gewoon niet zo veel en het Nederlands is soms wat slomer. Het Gronings ligt dichterbij mij en ik vind de formuleringen daarin erg mooi.’

Het verschil tussen Gronings en Westerkwartiers? ‘Het Westerkwartiers is een streektaal binnen het Groningens die, zoals je misschien al verwacht, voornamelijk in het Westerkwartier wordt gesproken’, legt de dichter uit. ‘Wat je nu wel merkt is dat als een streektaal minder wordt gebruikt, dat de verschillen binnen zo’n taal ook sterk verminderen.’ 

‘Uutkomst’ is de derde bundel met Groningse poëzie die Oostenbrink uitbrengt. ‘Deze bundel verschilt weer in thema’s en onderwerpen. Zo heb ik bijvoorbeeld een gedicht geschreven over wiskunde. Verder schrijf ik over van alles. Zo neem ik bijvoorbeeld ook mijn werk mee in mijn gedichten. Mensen zeggen altijd: hobby en werk gescheiden houden, maar bij mij werkt dat dus niet zo.’ 

Wat deze bundel ook bijzonder maakt, is de illustratie op de voorkant. Deze is gemaakt door de dochter van Oostenbrink, Ada Katerina. Zijn andere dochter Titia zal muziek maken tijdens de boekpresentatie die op vrijdag 9 februari zal plaatsvinden in Beilen. ‘Het is mooi dat zij op deze manier ook deel uitmaken van de dichtbundel en de presentatie’, vertelt de trotse vader. Speciaal voor de Streekkrant draagt Oostenbrink één van de nieuwe gedichten uit de bundel voor: ‘Roadsel’. 

UIT DE KRANT