Fusie scholen Kornhorn en Noordwijk geen uitgemaakte zaak

Nieuws

KORNHORN/NOORDWIJK – Een fusie tussen de scholen in Kornhorn en Noordwijk is geen uitgemaakte zaak. Directeur Luc de Vries van stichting Westerwijs is op dit moment aan het onderzoeken wat de kinderen de beste kansen geeft op duurzaam goed onderwijs. Volgens de voorman, die enkele maanden geleden het roer overnam van Henk Oosting, wordt op dit moment onderzocht wat er in de toekomst mogelijk is.

“Er is nu een Regionaal Integraal Huisvestingsplan (RIHP) dat gevoed wordt door de stelling dat er een risico ontstaat als een school geen 80 of 85 leerlingen heeft,” zegt hij. “De vraag is of dat waar is. Wij denken dat onderwijs een heel complex gegeven is. Het gaat om de leerkracht, het gebouw, maar ook de band met de ouders. Bovendien biedt ICT nieuwe kansen. Onderwijs van Westerwijsscholen moet goed, duurzaam en bestendig zijn. Daar gaat het onderzoek over dat ik nu uitvoer.”

Volgens De Vries is de band die ouders en kinderen met een school hebben belangrijk. “Een school is er niet zomaar, die heeft een historie. (Groot-)Ouders, broertjes en zusjes hebben er deel van uitgemaakt. Wil je een ingrijpend besluit nemen, dan moet je daar goede argumenten voor hebben. Ik heb hele goede scholen gezien met maar 30 kinderen, dus het kan wel. De vraag is wat je centraal stelt. Bij Westerwijs kijken we naar de kwaliteit van het onderwijs.” Over de vraag of dat in de toekomst te bekostigen is, zegt hij: “Ik heb er nu geen uitzicht op dat het niet kan.”

Sinds de herfstvakantie worden op alle scholen van Westerwijs gesprekken gevoerd over de kwaliteit van het onderwijs. “Ik hou die gesprekken met de directeuren, maar de directeuren doen dat ook onderling. In het RIHP zijn er nu vier scholen genoemd waar een risico bestaat.” De Vries is met deze scholen intensiever in gesprek en hoopt zo snel mogelijk duidelijkheid te kunnen geven. “Ik begin bij de directeur van de school, want dat is mijn aanspreekpunt. Daarna gaan wij in gesprek met de medezeggenschapsraad, die een formele rol heeft. Dat zijn oriënterende en mening vormende gesprekken. Daarna ontstaat het gesprek in de richting van de ouders, maar we zijn nu nog niet in die fase. Na die gesprekken wil ik concrete en duidelijke uitspraken doen. Ouders hebben daar recht op.” Uiterlijk in februari verwacht de directeur uitspraken te kunnen doen over de toekomst van deze scholen.

UIT DE KRANT