Sociaal ombudsfunctionaris neemt raad mee door rapportage: ’Het is goed dat er altijd een laatste luisterend oor is’

ZUIDHORN/WESTERKWARTIER - In januari startte Koos Bogaerts als sociaal ombudsfunctionaris in de gemeente Westerkwartier. Hij volgde Janet van der Heide op als onafhankelijk belangenbehartiger voor inwoners, een rol die de gemeenteraad heeft ingesteld. Onlangs praatte hij de raadsleden bij over zijn eerste halfjaar. ‘Dat mensen zich niet gehoord voelen, is me het meest opgevallen’, stelt hij over de in totaal 43 casussen. Het gaat slechts om incidenten, concluderen de raad en wethouder Jeroen Betten tevreden.
In totaal 43 casussen gingen dus langs Bogaerts. Zijn functie werd door de gemeenteraad in het leven geroepen om inwoners de mogelijkheid te bieden op een laagdrempelige manier in contact te komen met een onafhankelijke en onpartijdige persoon die klachten, signalen of geschillen onderzoekt en kan verwijzen naar de juiste instantie. Klachten gingen over diverse onderwerpen. Zo meldden mensen zich over overlast van snoeiafval dat bleef liggen en verkeersonveiligheid door te hard rijden, maar ook over eenzaamheid en moeite met bestaand beleid. Daarnaast voelde een aantal personen zich niet goed geholpen door de gemeente.
Wat Bogaerts het meest opviel: mensen voelen zich niet gehoord. ‘Soms sluiten de taal die de gemeente hanteert en hoe het ontvangen wordt, niet op elkaar aan. Soms worden er afspraken gemaakt en horen mensen niks meer. Het zijn veelal frustraties die er spelen, bijvoorbeeld omdat mensen sneller geholpen willen worden. En het beleid wordt niet altijd begrepen.’
Al met al gaat het om incidenten, was de algehele conclusie. ‘Om naar nul meldingen te gaan, is een utopie. Ik denk dat het goed is dat er een soort laatste redmiddel is waar inwoners naartoe kunnen gaan. Waar ze een luisterend oor vinden. En waar hun nogmaals wordt uitgelegd hoe het werkt en ze zo hopelijk beter begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.’
Als aanbevelingen stipte hij onder andere aan om informatie altijd op begrijpelijk B1-taalniveau op te stellen en complexe situaties in een multidisciplinair team op te vangen. Beide worden al in de praktijk gebracht. Ook vond Bogaerts dat de naam beter aangepast kan worden naar ombudsfunctionaris. ‘Loop je vast en kom je er voor je gevoel niet uit, meld je dan bij de ombudsfunctionaris. In de praktijk heb ik niet alleen casussen in het sociale domein, dus het woord ‘sociaal’ ervoor is overbodig.’
De meeste raadsleden waren positief gestemd. VZ waagde zich aan een kritische noot: ‘we zien dezelfde aanbevelingen als in een eerdere rapportage: we moeten oppassen dat mensen niet afhaken.’ Hierin vond de partij geen gehoor bij de anderen en wethouder Jeroen Betten. ‘Ik zie hierin geen aanleiding voor een grootschalig verbetertraject, maar we kunnen altijd blijven leren als organisatie.’

