Link naar Diner der Dankbaarheid

 
 

ZUIDHORN – Meer dan zestig maal per jaar zijn de Zuidhorner spuitgasten actief. Of het nu gaat om een enorme brand, een koe in de sloot of een bejaarde die in lift zit: iedereen kan rekenen op even professionele hulp van de Zuidhorner ploeg. In al die jaren maakten ze dan ook heel wat mee. Indrukwekkende zaken zoals een ongeval bij Enumatil waar vijf jongeren bij omkwamen, maar ook koeien in de sloot die daar de verkoeling zochten.

Zet een club brandweermannen bij elkaar en je kunt zo een gezellige avond vullen. Zo kun je de types die bij de brandweer werken het beste omschrijven. Het ene na het andere verhaal passeert dan ook de revue met de nodige grappen. De vlammen zijn als ze naverteld worden vaak een paar meter groter dan ze in werkelijkheid waren en de verhalen van voorgaande generaties zijn mogelijk nog sterker, maar ze worden met zoveel plezier verteld, dat je meteen alles geloofd.

Om alles zelf bij te houden is er ook een enorme administratie. Wietze Westra houdt die bijvoorbeeld bij. In een map zitten uitruklijsten, verslagen en krantenknipsels van de vele acties die de brandweer in de laatste jaren uitgevoerd heeft. “In het verleden heb ik altijd alles op papier bijgehouden,” vertelt hij over de twee dikke mappen die naast hem liggen. “We houden het vooral bij voor onze eigen beeldvorming of voor als er weer eens een journalist langskomt,” lacht hij. “Het is best aardig om te zien hoe vaak we per jaar een uitruk hebben. Tegenwoordig is dat tussen de 50 en 60 keer per jaar.”

Wolter Bergsma zit er al wat langer bij. 31 jaar rijdt de Zuidhorner al mee op de verschillende wagens die het korps gehad heeft. “Toen ik er bijkwam hadden we vaak maar 18 uitrukken per jaar. Dat vonden we toen al veel, maar het is de laatste jaren enorm toegenomen. We hebben zelfs een jaar gehad waarbij we er wel 72 keer uit zijn geweest.” Het aantal uitrukken laat zich aan het begin van het jaar dan ook niet voorspellen. Westra: “Het heeft ook wel te maken met het weer. Als het in het voorjaar droog is hebben we bijvoorbeeld veel kleine brandjes en in de zomer zijn het altijd wel een aantal dieren die in de sloot liggen.”

Toch zijn het niet alleen maar mooie verhalen van het brandweerwerk. Alex Datema: “Branden willen we nog wel eens een beetje overdrijven. Als brandweerman vinden we dat ook mooi om te zien. Het is een enorme uitdaging om het allemaal weer uit te krijgen. Bij ongevallen doe je dat niet. Daar gaat het om mensen.” In de loop der tijd hebben de mannen dan ook wel meerdere mensen zien verongelukken. Toch neemt dit de laatste jaren af. “Drukte op de Friesestraatweg en een betere weginrichting,” zijn volgens Westra daarvan de oorzaak. “Vroeger had je grote lege stukken waarbij mensen ineens gingen inhalen. Dat laten ze nu wel uit hun hoofd, omdat er meteen een tegenligger aankomt. Inhalen kan nu eigenlijk alleen nog maar ’s nachts.”

Zelf hadden ze nooit verwacht bij de brandweer te komen. Datema: “Er werd vroeger wel gezegd dat als er brand was, dat Alex en Hilbrand dan nooit ver weg konden zijn. Zelf had ik er geen benul van toen ooit bij de brandweer te komen. Opeens stond Wolter bij mij voor de deur en hij vroeg of ik wel bij het korps wilde.” Dat is ook de traditie van de Zuidhorner spuitgasten. Datema: “Bij ons word je gevraagd. Wij zetten nooit een advertentie voor nieuw personeel. We zoeken altijd mensen die binnen het korps passen, want je moet wel een team zijn. Ook is het zo dat wij gelukkig nooit dringend op zoek zijn geweest naar mensen.” Het korps bestaat uit vijftien personen. Een relatief klein aantal, maar doordat iedereen in of rond het dorp werkt, geeft het geen problemen als er een inzet is. “We hebben zes mensen nodig om uit te kunnen rukken,” vertelt Datema. “Als nu de pieper gaat, staan er binnen een paar minuten minstens acht mensen. ’s Avonds is altijd bijna iedereen er. Wij werken niet met ploegendiensten. Iedereen komt eigenlijk altijd en in de zomer maken we afspraken over wie wanneer op vakantie is.”

Het meest frustrerende voor de spuitgasten is het als er een brand uitbreekt en de mannen niet thuis zijn. Westra: “Ik neem de pieper dan ook niet mee op vakantie. Je zit je dan alleen maar op te vreten. Als die pieper gaat wil je helpen en niet stil langs de kant blijven zitten. Ik weet nog wel dat ik een keer in Lemelerveld op vakantie was. Ik moest toen in de Telegraaf lezen dat mijn collega’s iemand uit een traphekje hadden bevrijd.”

Branden die bij blijven zijn er genoeg. Een voorbeeld is wel de brand bij een collega, wiens hele huis afbrandde. Datema: “Toen we kwamen aanrijden leek er niet zoveel aan de hand te zijn, maar twee uren later was wel het hele huis afgebrand.” Vaker moesten de spuitgasten uitrukken om een collega te helpen. Twee keer voor een schoorsteenbrand en eenmaal voor een autobrand. Ook de buren van de kazerne konden al eens op de hulp van de ploeg rekenen. Westra: “Ik weet nog een keer dat we bij een adres hier in de straat moesten zijn. Toen ik naar de kazerne fietste leek er nog weinig aan de hand te zijn, maar toen we twee minuten later voor de deur stonden met de auto stond de woning al flink in de brand. Zo kun je maar zien hoe ontzettend snel het vuur om zich heenslaat.”

De spuitgasten zijn voorlopig dan ook nog niet van plan om te stoppen met hun werk. Alleen voor Bergsma dringt de tijd. Met zijn ruim 58 jaar duurt het nog maar 1,5 jaar tot hij moet stoppen. Opvolging is er al. Zoonlief zal de taak van pa binnenkort overnemen als hij klaar is met zijn opleiding.

Streekhistorie